Menu

VPL-aanspraken bij ontslag beschermen

Door de introductie van de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling (kortweg Wet VPL) werd onder andere de pensioenleeftijd van 60 naar 65 jaar verhoogd. Het opschuiven van de pensioenleeftijd versoberde de arbeidsvoorwaarden. Een  voorwaardelijk pensioen kon uitkomst bieden. Ook wel VPL-aanspraken genoemd. Het is een mooie oplossing zodra het voorwaardelijk  pensioen is gefinancierd. Na financiering zijn de aanspraken onvoorwaardelijk en kan het pensioen niet meer bij ontslag of faillissement komen te vervallen. Zijn er manieren om nog niet gefinancierde VPL-aanspraken bij ontslag te beschermen? Vaak wel. Ze verschillen per sector en pensioenuitvoerder.

Beschermen

Het voorwaardelijk pensioen verhoogt de pensioenaanspraken van de reguliere basisregeling. Totdat het voorwaardelijk pensioen is gefinancierd is er sprake van een collectief overeengekomen arbeidsvoorwaarde (CAO). Vooral werknemers die reeds vóór 2006 deelnamen in de pensioenregeling van een groot pensioenfonds zien dit voorwaardelijk recht terug op hun Uniform Pensioen Overzicht (UPO).

Het voorwaardelijk pensioen kan vervallen bij uitdiensttreding, maar dat hoeft niet. Een werknemer kan het verval van het voorwaardelijk pensioen bij ontslag voorkomen door (sector- en pensioenfondsafhankelijk):

  1. Opnieuw in dienst te treden bij een werkgever die is aangesloten bij hetzelfde pensioenfonds. Als de werknemer van werkgever wisselt maar toch in dezelfde branche werkzaam blijft, zet hij de opbouw van de pensioenregeling bij hetzelfde pensioenfonds voort. Zijn VPL-aanspraken komen dan niet door het ontslag te vervallen.
  2. Pensioen (vervroegd) in laten gaan. Om met pensioen te kunnen gaan, moet de werknemer op de ontslagdatum de minimale pensioenleeftijd hebben bereikt. Of de werknemer kan de periode tot pensioen of tot de uiterlijke financieringsdatum overbruggen door vrijwillig zijn deelnemerschap in de pensioenregeling voort te zetten. Als een werknemer volledig of gedeeltelijk met vervroegd pensioen wil gaan, is dat alleen mogelijk als de pensioenregeling deze mogelijkheid aanbiedt. Daarnaast moeten de fiscale eisen en consequenties voor een eventuele WW-uitkering worden meegewogen.
  3. Vrijwillige voortzetting. Er zijn fondsen waar het deelnemerschap in de pensioenregeling voldoende is het voorwaardelijk pensioen te behouden, ongeacht een dienstverband in dezelfde branche. Door deelnemer te blijven, blijft het nabestaandenpensioen en de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid verzekerd. Daarnaast wordt de pensioenopbouw voortgezet en gaan de VPL-aanspraken dus niet door het ontslag (voorlopig) verloren.

Artikel ‘Doe er een schepje pensioen bovenop’

In HR Rendement van april 2018 publiceerde Dirk Jan Plate het artikel ‘Doe er een schepje pensioen bovenop’.

Beschermmogelijkheden uitgediept