Klopt uw pensioenopgave? Een vraag die vaak pas rond pensioeningang wordt gesteld. Laat maar niet te laat. Pensioenwijzigingen verlopen niet altijd vlekkeloos. Bij een baanwissel, scheiding of ontslag krijgt pensioen vaak te weinig aandacht. Er zijn methoden om ook als het om fouten of miscommunicatie uit het verre verleden gaat de juiste cijfers boven water te halen. Door mijn interesse in vroegere en huidige regelgeving kan ik u daarbij adviseren. Neem contact op als u een objectieve pensioencontrole wenst. In dit artikel staan een aantal voorbeelden.
"*" geeft vereiste velden aan
“Een quickScan is vaak al voldoende om een eventueel pensioentekort te signaleren”
In de nabije toekomst zal bijna iedere werknemer met een ingrijpende pensioenwijziging te maken krijgen naar aanleiding van de vernieuwing van het pensioenstelsel. Het gaat daarbij niet alleen om de aanpassing van het ouderdomspensioen. Ook het nabestaandenpensioen moet worden aangepast. Op basis van de Wet toekomst pensioenen. Kloppen de berekende gevolgen, is de juiste data vergeleken? Verstandig om de pensioenregeling daarop te controleren. Op korte termijn want anders zijn de gegevens en uitgangspunten steeds moeilijker te achterhalen en de verantwoordelijken moeilijker aanspreekbaar.
In de nota naar aanleiding van nader verslag wetsvoorstel toekomst pensioenen vraagt de heer Omtzigt zich dan ook af hoe de deelnemer transparant kan nagaan of de berekeningen kloppen. Doelend op de vernieuwing van het pensioenstelsel. De minister geeft aan dat de deelnemer zijn laatste jaarlijkse pensioenoverzicht (UPO) kan raadplegen en kan ‘bezien of de stand op het transitie-overzicht van de mee te nemen aanspraken plausibel is in verhouding tot de stand op het laatste reguliere pensioenoverzicht’.
Bij twijfel kan de deelnemer om een specificatie of herberekening vragen
De pensioenuitvoerder is verplicht de specificatie of herberekening op verzoek en kosteloos te verstrekken. Daarnaast zal de pensioenuitvoerder op verzoek ook een berekening van de transitie-effecten beschikbaar stellen. Complexe materie waarbij de werkgever, werknemer en ondernemingsraad zich kunnen laten bijstaan door een onafhankelijk pensioenadviseur. Echter voordat u zich tot een pensioenadviseur wendt is het verstandig eerst zelf aan de slag te gaan. Al het huiswerk wat u zelf kunt doen scheelt immers tijd en kosten. Kloppen de uitgangspunten namelijk wel?
Alles op zijn tijd, een stapsgewijze controle van de pensioenregeling
Vóór bestudering van de effecten van de pensioentransitie moet er eerst worden nagegaan of de administratie van de pensioenuitvoerder wel klopt.
De gevolgen van de pensioentransitie zijn enkel te controleren als ervan uit wordt gegaan dat het jaarlijkse overzicht (en dus de administratie van de pensioenuitvoerder) vóórafgaand aan de pensioentransitie klopt. Het is onverstandig daar zomaar vanuit te gaan. Er zijn inmiddels meerdere artikelen verschenen in bijvoorbeeld De Groene Amsterdammer en de Geldgids waarin de auteurs zich zorgen maken over de datakwaliteit van de verschillende pensioenuitvoerders waardoor er te weinig pensioen wordt uitgekeerd.
Overigens hoeft de schuld niet bij een pensioenuitvoerder (verzekeraar, pensioenfonds, premiepensioeninstellingen) te liggen. Soms zijn bepaalde wijzigingen gewoon niet (tijdig) doorgegeven. Dit artikel is er niet op uit een schuldige aan te wijzen maar om de pensioenen en de afspraken daarover te controleren.
Pensioen is uitgesteld loon en net zo belangrijk als uw tegenwoordige loon. Echter bij het vergelijk tussen twee banen heeft de pensioenregeling vaak geen prioriteit. Misschien verandert dat zodra alle pensioenregelingen vanaf 2028 zijn aangepast aan het nieuwe pensioenstelsel en vergelijken makkelijker wordt.
Het is verstandig eerst op zoek te gaan naar de premie-inleg voor het ouderdomspensioen. Deze premie wordt bij veel pensioenfondsen niet heel open gecommuniceerd. Vreemd maar waar. Dus ga ik altijd eerst na welk deel van de totale premie bestemd is voor het ouderdomspensioen en welk deel voor het nabestaandenpensioen, arbeidsongeschiktheidsdekkingen enzovoort. Onder een paar makkelijk vindbare percentages en de minder zichtbare premies voor het ouderdomspensioen:
Meer netto spaarpremies zijn te vinden (onder voorbehoud) in het artikel ‘Pensioenverschillen pensioenfondsen‘.
Het is wel zo dat deze ouderdomspremie niet alles zegt. Misschien belegt de ene pensioenuitvoerder wel beter dan de ander, zijn de kosten anders enzovoort. Het beste resultaat is pas over tientallen jaren achteraf te bepalen. Voor nu geven de verschillen in ouderdomspremie wel een goede richtlijn. Zeker als u van baan wisselt en de nieuwe werkgever heeft de pensioenregeling bij een verzekeraar ondergebracht. Op dit moment kiezen werkgevers die de pensioenregeling bij een verzekeraar of premiepensioeninstelling hebben ondergebracht namelijk gemiddeld slechts voor een premiepercentage van 13%. Dat is een behoorlijke achteruitgang als u eerder het pensioen bij één van de eerder besproken pensioenfondsen opbouwde.
Stel u verandert op 50-jarige leeftijd van baan, verdient € 50.000 per jaar en het inkomen stijgt jaarlijks met 2%. Het pensioenfonds kende een ouderdomspremie van 20%. De nieuwe regeling 13%. Dat scheelt tot 68 jaar ruim € 45.000 aan premie-inleg. Schematisch:
Meer voorbeelden zijn te lezen in het artikel ‘Pensioengevolgen bij baanwissel‘
Daarnaast zijn natuurlijk ook andere pensioenonderdelen belangrijk. Zoals de verschillen in:
Wat ook speelt is dat veel verzekerde regelingen een overgangsregeling kennen (een zogenoemde eerbiedigende werking). Dit houdt in dat u misschien nog wel een in leeftijd oplopende premie heeft. Bij overgang gaat u naar een vlakke premie. Dat schrijft de wet nu eenmaal voor. Als het vaste premiepercentage tegenvalt is het verstandig dit met uw nieuwe werkgever te bespreken. Het maakt anders de overgang naar de nieuwe werkgever minder interessant.
Ook voor zelfstandigen is een pensioencheck interessant. Er is dan wel geen sprake van een baanwissel echter de vorm van pensioenopbouw kan wel wijzigen. Vragen die u zichzelf als zelfstandige zou kunnen stellen:
Meer over een pensioen voor ondernemers is te lezen in het artikel ‘Pensioenopbouw ZZP – begin met een plan’.
Als de huidige pensioenregeling ondergebracht bij een verzekeraar of premiepensioeninstelling stopt en het pensioen bij een verplicht gesteld pensioenfonds moet worden ondergebracht verschillen het ouderdomspensioen, nabestaandenpensioen, arbeidsongeschiktheidspensioen meestal van elkaar. De oude pensioenregeling kan uitgebreider of beperkter zijn. Een pensioenfonds check maakt de verschillen inzichtelijk. Het liefst in een zo vroeg mogelijk stadium. Dat voorkomt teleurstellingen achteraf. Een verschil kan al snel oplopen, pensioen betreft immers een levenslange uitkering.
Stel, de oude regeling ondergebracht bij een verzekeraar maakt gebruik van een in leeftijd oplopende premie. Het verplicht gestelde pensioenfonds biedt een regeling met een vast percentage van 24% aan. Dan gaan de meeste werknemers er aanzienlijk op vooruit door de overgang naar het verplicht gestelde pensioenfonds. Met betrekking tot de toekomstige opbouw. Het kan zijn dat het bedrijf al veel eerder onder het verplicht gestelde pensioenfonds viel. Dan is er ook een verschil over de inmiddels verstreken dienstjaren. Schematisch de verschillen:
Meer over wel of geen verplichte aansluiting is te lezen in het artikel ‘Totstandkoming pensioenregeling’ en ‘Verplichtstelling pensioenfonds‘.
Er zijn in het verleden veel pensioenregelingen bij verzekeraars ondergebracht waarbij de pensioenuitkering niet vooraf vaststond. Het streven was de vooraf beoogde pensioenhoogte te bereiken. Echter een lage rente op pensioendatum kan roet in het eten gooien.
De werknemers zien de toezegging over de pensioenhoogte als vaststaand feit en komen er regelmatig (te) laat achter dat er geen sprake is van een garantie maar van het ‘streven naar’ een bepaalde pensioenhoogte. Er is geen gegarandeerde uitkering toegezegd, de zogenoemde streefregeling beoogt slechts.
Het pensioen is niet gegarandeerd en is afhankelijk van meerdere factoren
In de jaren dat deze pensioentoezeggingen plaatsvonden was de rekenrente meestal hoger dan 5%. Naarmate de rente daalde moest de premie-inleg stijgen om werknemers een realistische kans te bieden het beoogde pensioen te behalen. Het aanpassen van de premie gebeurde tot een minimale rente van 4% (fiscaal bepaald). Als de rente in werkelijkheid lager was, werd de premie-inleg niet aangepast. Als op pensioendatum de rente ook daadwerkelijk 4% bedraagt, is er geen probleem. Echter als de rente (zoals sinds 2008 het geval is) lager ligt dan 4% is het pensioenkapitaal te laag om daarmee het beoogde pensioen te kunnen kopen.
In de praktijk ontstaan er over de gevolgen van een te laag pensioenkapitaal en lage marktrente veel discussies rond pensioendatum. Beter is het om er samen eerder uit te komen. Ruim vóór pensioendatum. Het tijdig checken van een werkgeverspensioen laat u zien of er sprake is van een pensioengat tussen hetgeen u heeft afgesproken en wat wordt nagekomen.
Bij aanvang pensioenregeling is de afspraak jaarlijks de premie aan te passen aan veranderende marktomstandigheden (zoals de rekenrente). Vastgelegd in een pensioenovereenkomst. Op deze manier blijft het benodigde pensioenkapitaal in het vizier, voldoende om op pensioendatum het beoogde pensioen mee te kunnen kopen. De rente was oorspronkelijk hoger dan 4%. Op pensioendatum blijkt de rente ongeveer 3% lager te liggen, namelijk 1%. Deze trend van een lage rente is al meer dan 10 jaar gaande. Toch is er gedurende alle opbouwjaren geen rekening mee gehouden. Het pensioenkapitaal is dan ook veel te laag om het beoogde pensioen te kunnen kopen. Hof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2021:4707): ‘de vordering van de werknemer tot nakoming van de pensioenovereenkomst is in beginsel toewijsbaar‘.
Een half jaar later acht het Hof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2021:2489) het in hoge mate aannemelijk dat partijen (werkgever en werknemer) – in de hypothetische situatie – in 2004 akkoord zouden zijn gegaan met de door de verzekeraar toegepaste minimum rekenrente van 4,4%. Dat was toen een redelijke rente en als partijen er niet mee akkoord zouden gaan was de gunstige fiscale omkeerregeling vervallen. Het hof gaat er daarom vanuit dat op basis van deze argumenten de werknemer er in 2004 mee akkoord zou zijn gegaan. De premie hoefde daarom in de tussentijd niet te worden aangepast aan de steeds lager wordende rente.
Twee verschillende uitkomsten over zaken die op het eerste gezicht veel overeenkomsten vertonen. Uiteindelijk is iedere uitspraak altijd afhankelijk van alle omstandigheden van het geval!
Als het pensioenfonds of verzekeraar of premiepensioeninstelling niet binnen twee jaar op de hoogte wordt gebracht van de scheiding bent u op pensioendatum afhankelijk van uw ex-partner. Krijgt u het geld en zo ja klopt het bedrag? Ik kan het voor u controleren. Dat voorkomt discussies waarover in het ergste geval de rechter zich moet buigen (ECLI:NL:RBROT:2025:10934).
Een pensioencheck is geen overbodige luxe. Hoe eerder, hoe beter want het vergroot de kans eventuele fouten tijdig te achterhalen en waar mogelijk te herstellen of te compenseren.
Het is verstandig u bij deze vaak complexe vraagstukken te laten bijstaan. Als onafhankelijk pensioenadviseur ben ik u graag van dienst. Een persoonlijk pensioenadvies is altijd op maat. Het startpunt is een online pensioencheck (videobellen) of persoonlijk bij mij op kantoor. Soms ben ik er snel uit en soms is er meer onderzoek nodig. Het mogelijke resultaat en de kosten van de pensioencheck zijn na het eerste gesprek goed in te schatten.
Er zijn allerlei tools voor pensioeninzicht. Die gebruik ik ook echter uiteindelijk is de beoordeling en het leggen van verbanden mensenwerk omdat bijna iedere situatie uniek is. Het unieke karakter van de pensioenvraagstukken maakt het standaardiseren/automatiseren te kostbaar. Ik ben als volgt te bereiken: contact.
Bijgewerkt op 5 mei 2026.