Menu

Pensioen en WW

Pensioen en WW gaan niet goed samen. De WW-uitkering is bedoeld om een ontslagen werknemer, die beschikbaar blijft voor de arbeidsmarkt, te voorzien van inkomen. Een pensioengerechtigde is niet meer (volledig) beschikbaar voor de arbeidsmarkt. Ouderdomspensioen, overbruggingsuitkering (OBU) en/of prepensioen korten daarom dan ook de WW-uitkering. Deze pensioenuitkeringen zijn inkomens in verband met arbeid. Er zijn echter met betrekking tot deze korting uitzonderingen. Het gaat om de volgende uitzonderingsmogelijkheden: 

  1. Deeltijdpensioen;
  2. Pensioen ingegaan voorafgaand laatste baan waaruit WW volgt;
  3. Pensioen reeds in aanmerking genomen.

Uitzonderingsmogelijkheden

1. Deeltijdpensioen

Een eerder verlies aan arbeidsuren uit dezelfde (resterende) dienstbetrekking is al ingeruild voor een deeltijdpensioen. De deels gepensioneerde/werknemer wordt in een later stadium WW-gerechtigde. Het reeds lopende pensioen wordt dan niet gekort op de WW-uitkering. De uitzondering is opgenomen in artikel 3:5 lid 5 Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten (AIB).

Voorbeeld 1a (wel sprake van een uitzondering)

Stel, een werknemer werkt bij bedrijf X. De werknemer wil minder gaan werken. Een deeltijdpensioen compenseert het verlies aan arbeidsinkomen. Na anderhalf jaar eindigt de arbeidsovereenkomst met dezelfde werkgever volledig. De werknemer blijft beschikbaar voor de arbeidsmarkt en heeft recht op een WW-uitkering (gerelateerd aan zijn laatste parttime arbeidsinkomen). De WW-uitkering wordt dan niet gekort met het lopende deeltijdpensioen.

Voorbeeld 1b (geen sprake van een uitzondering)

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) beoordeelde op 14 november 2019 (ECLI:NL:CRVB:2019:3630) een zaak waarbij een werkneemster zonder tegenprestatie loon ontving tot aan het daadwerkelijke ontslag. Vanaf einde dienstbetrekking ontvangt zij een WW-uitkering en een prepensioen. Typisch een situatie waarbij het pensioen volledig in mindering op de WW-uitkering komt. Er is immers geen sprake van een pensioenuitkering die al eerder voor het intreden van de werkloosheid werd ontvangen en die samenhangt met een eerder verlies van arbeidsuren.

2. Pensioen ingegaan voorafgaand laatste baan waaruit WW volgt

De WW-uitkering werd tot 1 mei 2018 wel gekort als de verschillende dienstbetrekkingen elkaar in tijd opvolgden. Dat is gewijzigd. De minister van SZW schrijft in zijn brief van 24 mei 2018 (nr. 2018-0000078526) dat art. 3.5 lid 7 AIB komt te vervallen en dat er twee nieuwe artikelleden komen.

Het eerste nieuwe artikellid (3:5 lid 7 AIB) houdt in dat een ouderdomspensioen dat al werd ontvangen voorafgaand aan de dienstbetrekking waaruit de werknemer werkloos is geworden, de WW-uitkering niet kort. Het ouderdomspensioen gaf geen aanleiding voor betrokkene om zich volledig uit het arbeidsproces terug te trekken. De werknemer is juist weer een nieuw dienstverband aangegaan, naast het (gedeeltelijke) pensioen.

Voorbeeld 2a

Stel, Wilfred ontvangt vanaf 60 jaar een ouderdomspensioen. Hij besluit na twee jaar weer een dienstverband aan te gaan dat twee jaar later eindigt. Ondertussen vult hij zijn inkomen gedurende een bepaalde periode aan met spaargeld. Wilfred ontvangt een WW-uitkering en er vindt geen verrekening plaats met het reeds ingegane ouderdomspensioen. Als volgt:

  • Vanaf 60 jaar een pensioenuitkering van € 1.000 per maand. Wilfred vult zijn inkomen met spaargeld aan;
  • Vanaf 62 jaar heeft Wilfred weer een dienstverband. Het pensioen vult het inkomen uit arbeid aan;
  • Op 64 jarige leeftijd eindigt het dienstverband. Vervolgens wordt de WW-uitkering niet gekort met de reeds lopende WW-uitkering;
  • Vanaf 66 jaar eindigt de WW-uitkering. Wilfred vult de vervroegde pensioenuitkering aan met spaargeld; en 
  • Vanaf 67 jaar krijgt Wilfred AOW en pensioen.

Pensioen en WW

Pensioen en WW

Voorbeeld 2b

Een werknemer die voor mei 2018 was ontslagen en hetzelfde overkwam eiste van het UWV ook een WW-uitkering. De uitbreiding van deze uitzonderingsmogelijkheid stond al eerder op de planning waardoor de werkloze vond dat hij niet het slachtoffer mocht worden van de uitgestelde invoering. Helaas voor hem maar het UWV hoefde niet op de toekomstige inwerkingtreding te anticiperen (zie voor de bespreking van deze zaak het nieuwsbericht (Samenloop pensioen en WW).

3. Pensioen reeds in aanmerking genomen

Het tweede nieuwe artikellid (en derde uitzonderingsmogelijkheid) is artikel 3:5 lid 8 AIB.

Ouderdomspensioen dat reeds eerder in aanmerking is genomen voor een WW-uitkering, wordt niet nogmaals verrekend met een ‘volgende’ WW-uitkering. Het is onbillijk ouderdomspensioen met meerdere (volgtijdelijke) WW-uitkeringen te verrekenen. Van ‘in aanmerking genomen’ is sprake als de werknemer geen eerdere WW-uitkering heeft aangevraagd terwijl hij daar wel of geen recht op had (bijvoorbeeld als er sprake is van een verwijtbare werkloosheid). Ook hier is het ouderdomspensioen voor betrokkene geen aanleiding geweest om zich volledig uit het arbeidsproces terug te trekken.

Zijn er meer uitzonderingsmogelijkheden?

Een werkloze vond dat er wel sprake moest zijn van een extra uitzonderingsmogelijkheid waardoor zijn WW-uitkering minder zou moeten worden gekort. In het kort:

Het maximum dagloon is anno 2022 ongeveer € 60.000. Bij de berekening van de WW-uitkering wordt met dit maximum rekening gehouden.  

Een WW-gerechtigde vond (ECLI:NL:RBMNE:2021:2614) dat bij de berekening van de korting op de WW-uitkering niet het hele pensioeninkomen in mindering moest worden gebracht. De reden? Zijn pensioen was immers mede opgebouwd over het inkomen boven het maximum dagloon. De wet biedt hier geen ruimte toe en de rechter ging er dan ook niet in mee. 

Andere relevante berichten over dit onderwerp:

Bijgewerkt op 2 november 2022.