Menu
Pensioenrecht adviseur bij pensioenwijzigingen

Eerder met pensioen

Inleiding​

‘Hoe’ kunt u eerder met pensioen? Het antwoord op deze vraag vindt u in dit artikel. De onderwerpen die voorbij komen maken u meer vertrouwd met de mogelijkheden die er zijn om eerder met pensioen te gaan, en zetten u indien gewenst aan tot handelen.

De volgende onderwerpen komen aan bod (en zijn voorzien van een snellink om u sneller naar het onderwerp te navigeren):

Hoe is uw financiële situatie vanaf AOW-leeftijd?

Om voor uzelf te kunnen vaststellen of een vervroegde pensionering mogelijk is en ‘hoe’ dit het beste kan worden gerealiseerd moet ‘later’ (uw financiële situatie vanaf AOW-leeftijd) eerst in kaart worden gebracht.

‘Eerder’ is namelijk (meestal) alleen verstandig als ‘later’ goed is geregeld. Is het inkomen vanaf AOW-leeftijd precies voldoende of is er sprake van een zogenoemde ‘overschotsituatie’. Er is sprake van een overschotsituatie indien het inkomen vanaf AOW-leeftijd hoger is dan het benodigde inkomen, waardoor het vervroegen van het pensioen tot de mogelijkheden behoort.

Volledig of gedeeltelijk minder werken

‘Eerder’ hoeft overigens niet een volledige beëindiging van de werkzaamheden te betekenen. Het verminderen van de werkuren kan ook een optie zijn. Bijvoorbeeld van 5 naar 3 werkdagen per week. Dan is er sprake van een deeltijdpensioen of een generatiepact (deze mogelijkheden worden verderop behandeld).

De pensioenpijlers

Het inkomen kan in de volgende vijf pijlers worden onderverdeeld:

  1. de AOW-uitkering, de ingangsdatum van de uitkering is afhankelijk van het geboortejaar en zorgt voor een basisinkomen op sociaal minimum niveau. De AOW-ingangsdatum volgt uit de wet, vervroegen of uitstellen is niet mogelijk. De AOW-gerechtigde leeftijd is tot 2022 bevroren op zesenzestig jaar en vier maanden. Daarna stijgt de AOW-leeftijd geleidelijk (Stb. 2019,246);
  2. een werknemerspensioen overeengekomen tussen werkgever en werknemer. Veel van de keuzemogelijkheden beschreven in dit artikel zijn afhankelijk van de tussen werkgever en werknemer gemaakte afspraken met betrekking tot pensioen;
  3. een lijfrentevoorziening;
  4. spaargeld, beleggingen en een hypotheekvrije woning; en
  5. inkomsten uit werk na (vervroegde) pensionering.

De bovenstaande voorzieningen onderverdeeld in vijf pijlers kunnen samen met de andere nog te bespreken mogelijkheden leiden tot een aanvaardbaar pensioen. Of misschien wel meer dan dat. Dat laatste is de bedoeling want dan kunt u eerder met pensioen.

Aanvaardbaar pensioenniveau

Wanneer de inkomsten uit de eerste en tweede pijler samen 70% van het laatstverdiende bruto loon bedragen, is er sprake van een aanvaardbaar pensioen. Dat was in ieder geval de gedachte (Kamerstukken I 1998/1999, 26020, 104b, p. 7 en 14). Het wegvallen van de AOW-premie (dat scheelt 17,9% tot een belastbaar inkomen van ongeveer € 35.000) vanaf AOW-gerechtigde leeftijd, procentueel minder inkomstenbelasting over het veelal lagere bruto inkomen en de (hopelijk) lagere hypotheeklasten zorgen voor een netto vergelijkbaar te besteden bedrag.

"Een aanvaardbaar pensioenniveau is persoonlijk"
Dirk-Jan Plate

Het is een misverstand dat er sprake is van een pensioentekort als het totale pensioeninkomen bijvoorbeeld slechts 50% van het huidige inkomen bedraagt. Misschien bent u nooit naar het inkomen uit arbeid gaan leven. Heeft u gespaard waardoor u genoeg heeft, zelfs om eerder met pensioen te gaan. Bij de beoordeling of het pensioen een aanvaardbaar niveau bereikt, gaat het om uw financiële wensen. Een aanvaardbaar pensioenniveau is geen standaard percentage maar persoonlijk.

Vooruit plannen is voor de meeste mensen moeilijk, toch is het dé basis voor het in stand houden van de eigen financiële zelfredzaamheid (M. Knoll (2011), Behavioral and Psychological Aspects of the Retirement Decision, Social Security Bulletin, Vol. 71, No. 4). De mogelijkheden die daarbij kunnen helpen zijn het onderwerp in de volgende 9 paragrafen. Maar alles op zijn tijd. Eerst behandel ik de factor timing. Timing is een niet te onderschatten factor.

Timing is cruciaal

De doeltreffendheid van de financiële middelen neemt toe wanneer bruto voorzieningen pas vanaf AOW-leeftijd tot uitkering komen. Bruto voorzieningen, zoals een (pre)pensioen, lijfrente of gouden handdrukpolis, worden voor het bereiken van de AOW-leeftijd namelijk (vaak) hoger belast en er wordt AOW-premie op ingehouden. Inkomsten die wel zijn vrijgesteld van belasting en premie volksverzekeringen, genieten daarom meestal de voorkeur om vóór AOW-gerechtigde leeftijd tot uitkering te laten komen. Bijvoorbeeld spaargeld of een éénmalige uitkering uit een kapitaalverzekering.

"Wanneer zet u welke middelen in?"
Dirk-Jan Plate

Timing is zeker een factor om bij pensioenplanning rekening mee te houden. Maar wacht niet te lang met het inzetten van pensioenvoorzieningen. Het te lang uitstellen van een pensioenuitkering kan ook gevaarlijk zijn. Stel dat u komt te overlijden voordat er ook maar één uitkering heeft plaatsgevonden?

Hoog tijd om de mogelijkheden te bespreken om vervroegd met pensioen te kunnen gaan.

Deeltijdpensioen

1. Pensioen actief vervroegen, volledig of een deeltijdpensioen

Overschot

Als ‘later’ (vanaf AOW-leeftijd) ruim voldoende inkomen uit de pensioenregeling(en) beschikbaar komt, kan overwogen worden de overschotruimte te gebruiken om de pensioeningangsdatum van de pensioenregeling naar voren te halen. Deze optie moet dan wel in de pensioenregeling zijn opgenomen. Tevens blijkt dat veel werknemers niet op de hoogte zijn van de mogelijkheid het pensioen te kunnen vervroegen en onder andere de regels te ingewikkeld vinden. Dit artikel maakt u bekender met het deeltijdpensioen door middel van voorbeelden.

Tekort

Stel u bent wel op de hoogte van de vervroegingsmogelijkheden echter vanaf de gewenste pensioenleeftijd is er sprake van een tekort aan inkomsten? Dan zijn er drie mogelijkheden:

  1. het pensioentekort oplossen;
  2. de verwachtingen bijstellen; of
  3. het hoofd diep in het zand steken (figuurlijk bedoeld).
"Wanneer zet u welke middelen in?"
Dirk-Jan Plate

Voorbeeld vervroegen pensioen

Een verstandige volgorde is om eerst het totale inkomen vanaf AOW-leeftijd vast te stellen uitgaande van de situatie dat het pensioen niet eerder ingaat.

Karin heeft vanaf de pensioendatum voldoende aan een netto besteedbaar maandinkomen van € 2.500. Zij heeft dat goed geanalyseerd en onderschat haar te voorziene (en onvoorzienbare) kosten niet. Haar AOW-leeftijd is 66 jaar en 4 maanden. Indien zij tot de AOW-leeftijd volledig doorwerkt ziet haar inkomen er vanaf 66 jaar en 4 maanden als volgt uit (alle bedragen zijn bruto op jaarbasis tenzij anders vermeld):

In het voorbeeld is uitgegaan van een belasting- en volksverzekeringendruk van 25%.

Er is sprake van een overschotsituatie omdat haar netto maandinkomen € 500 (€ 3.000 -/- € 2.500) hoger ligt dan het door haar gewenste inkomen. Ze gaat het overschot gebruiken om eerder met pensioen te gaan.

Karin kiest voor een deeltijdpensioen.

Deeltijdpensioen

Karin wil graag 4 jaar voor het bereiken van de AOW-leeftijd voor de helft minder werken. Ze wil van 5 dagen naar 2,5 werkdag per week. Karin vervroegt een gedeelte van haar pensioen. Hierdoor is de opbouwperiode korter en de uitkeringsperiode van het deeltijdpensioen langer. Dit zorgt ervoor dat het totale pensioen vanaf 66 jaar en 4 maanden afneemt.

Vanaf 62 jaar en 4 maanden ziet het inkomen er tot AOW-leeftijd als volgt uit:

In het voorbeeld is uitgegaan van een belasting- en volksverzekeringendruk van 40%. Deze zijn immers voor het bereiken van de AOW-leeftijd hoger.

Gevolgen vanaf AOW-leeftijd

Als Karin met deeltijdpensioen gaat komt ze vanaf AOW-leeftijd tekort. Namelijk € 2.500 netto per maand, vier jaar lang € 2.500 -/- € 1.925 = € 575. Hoe kan ze het tekort aanvullen?

De juiste volgorde is eerst de nieuwe pensioensituatie te bestuderen. Vanaf AOW-leeftijd ziet het er door het vervroegde deeltijdpensioen als volgt uit:

In het voorbeeld is uitgegaan van een belasting- en volksverzekeringendruk van 25%.

Zoals u ziet is het werknemerspensioen vanaf haar AOW-leeftijd lager. Het deeltijdpensioen verlaagt haar levenslange pensioen vanaf AOW-leeftijd met   € 3.000 per jaar (van € 33.000 naar € 30.000).

Deeltijdpensioen
Deeltijdpensioen, vereenvoudigde netto weergave.

Ondanks een lager werknemerspensioen blijft er vanaf AOW-leeftijd voldoende inkomen over. Tot die tijd is er vier jaar lang sprake van een tekort van € 575 netto per maand. Hoe is dit tekort aan te vullen?

Mogelijkheden om het inkomen tot pensioen aan te vullen

De mogelijkheden om het tekort aan te vullen zijn:

Het vervroegd laten ingaan van het pensioen is hiervoor al besproken, de andere mogelijkheden worden in de volgende paragrafen behandeld.

2. Prepensioen

De wet VUT, Prepensioen en Levensloop trad in 2005 in werking. Stoppen met werken voor het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd wordt vanaf 2006 niet meer fiscaal gestimuleerd. Werkgevers konden de prepensioenregeling voor werknemers geboren vóór 1-1-1950 blijven voortzetten. 

Werknemers geboren op of ná 1-1-1950 bouwen geen extra prepensioenaanspraken op, echter wat reeds is opgebouwd kan worden gebruikt om eerder met pensioen te gaan. Het prepensioen kan het inkomensverlies gedeeltelijk opvangen dat ontstaat door het inleveren van arbeidsuren. Mogelijk heeft Karin nog prepensioenaanspraken bij een pensioenuitvoerder staan?

Overgangsregeling (voorwaardelijk pensioen)

Er kan ook een overgangsregeling zijn overeengekomen, een voorwaardelijk pensioen (ook wel VPL-aanspraken genoemd). Deze overgangsregeling is, als aanvullende arbeidsvoorwaarde, voor een groot aantal werknemers in de plaats van het prepensioen gekomen. Het kan u een extra pensioen opleveren. De totstandkoming en de voorwaarden voor het behoud van dit voorwaardelijke pensioen zijn sectorafhankelijk. Het is belangrijk u aan deze voorwaarden te houden als u eerder volledig of gedeeltelijk stopt met werken. Klik hier voor meer informatie over het behoud van het voorwaardelijk pensioen.   

Voorwaardelijk pensioen beschermen
Pensioenrecht adviseur Dirk-Jan Plate kan u helpen het voorwaardelijk pensioen te beschermen.

3.Levenslange lijfrente

Een lijfrente keert een rente uit, zolang het hart in het lijf klopt. Een levenslange lijfrente mag op ieder gewenst moment ingaan. De uitkering van een lijfrente ondergebracht bij een verzekeraar eindigt bij het overlijden van de uitkeringsgerechtigde. Voor een bancaire lijfrente is de uitkeringsduur 20 jaar plus het aantal jaren dat de lijfrente vóór de AOW-gerechtigde leeftijd ingaat.

Stel, Karin heeft een bancaire lijfrente en laat deze vanaf 62 jaar en 4 maanden ‘levenslang’ tot uitkering komen. De AOW-leeftijd is op het moment 66 jaar en 4 maanden. De uitkeringsduur van haar bancaire lijfrente is 24 jaar (20 plus de extra 4 opgenomen jaren voor AOW-leeftijd). Zij kan het tekort hier (gedeeltelijk) mee aanvullen.

4.Gouden handdrukpolis/stamrecht B.V.

Er staan nog behoorlijk wat gouden handdrukpolissen (en uitkeringen uit een stamrecht B.V.) te wachten om periodiek tot uitkering te komen. De uitkeringen moeten uiterlijk ingaan in het jaar dat de AOW-gerechtigde leeftijd wordt bereikt. Eerder dan de AOW-gerechtigde leeftijd mag ook. Als de uitkeringen maar voldoen aan de onzekerheidstoets (het zogenoemde 1%-sterftekanscriterium). Dit houdt in dat de kans dat u (en eventuele medeverzekerde) tijdens de uitkeringsduur komt te overlijden minimaal 1% moet zijn.

Stel, de overlijdenskans is gedurende een korte overbruggingsperiode 2,2%. Daarmee voldoet de uitkering aan het 1%-sterftekanscriterium. Fiscaal is het tot uitkering laten komen van de lijfrente dus mogelijk.

Het kan maar is het verstandig?

Over een lijfrente/stamrechtuitkering is voor het bereiken van de AOW-leeftijd nog steeds AOW-premie verschuldigd. Tevens is de te betalen belasting mogelijk hoger. Toch zijn uitkeringen voor die tijd wellicht beter besteed. Zeker als er ‘later’ (vanaf pensioendatum) voldoende netto besteedbaar inkomen overblijft, waardoor het naar voren halen van de stamrechtuitkering als middel interessant kan zijn.

Terug naar het voorbeeld

Karin heeft bij een eerdere werkgever een ontslagvergoeding ontvangen die inmiddels (door rendementen) is aangegroeid tot € 50.000. De vergoeding is geparkeerd op een stamrechtrekening en komt tot uitkering over een periode van vier jaar (vanaf 62 jaar en 4 maanden tot 66 jaar en 4 maanden).

Door het pensioen gedeeltelijk te vervroegen en gebruik te maken van de eerdere ontslagvergoeding vult Karin het verlies aan inkomen tijdens de overbruggingsperiode van 4 jaar ruimschoots aan.

Deeltijdpensioen en stamrecht.
Deeltijdpensioen en stamrechtuitkeringen. Sterk vereenvoudigde netto weergave.

Als zij door haar huidige werkgever wordt ontslagen zijn de fiscale regels met betrekking tot haar transitie-/ontslagvergoeding anders dan ten tijde van de eerder ontvangen ontslagvergoeding.

5.Ontslag-/transitievergoeding

Als de werkgever (eventueel in overleg) de arbeidsovereenkomst wenst te beëindigen kan dat leiden tot een transitie-/ontslagvergoeding en een uitkering op basis van de Werkloosheidswet (WW-uitkering).

De transitievergoeding is bedoeld om de transitie van-werk-naar-werk te bevorderen en ter compensatie voor ontslag. Het is niet de bedoeling dat de werkgever een regeling optuigt die het voor (nagenoeg) uitsluitend oudere werknemers financieel mogelijk maakt de periode tussen ontslag en de ingang van de aanvullende pensioenuitkeringen (en/of AOW) te overbruggen. Dat is iets van vroeger, toen er nog VUT-regelingen bestonden. Tegenwoordig beboet de fiscus een verkapte VUT-regeling, een Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU, art. 32 ba lid 1 WLB 1964). De regering wil immers langer doorwerken stimuleren.

Uitzonderingen zijn er ook.  

Versoepeling fiscale boete vanaf 2021

Ondanks het feit dat de regering het langer doorwerken wil stimuleren begrijpt de regering dat dit niet altijd kan. Duurzame inzetbaarheidsmaatregelen komen voor sommige werknemers te laat. Bijvoorbeeld voor werknemers met een zwaar beroep. De gezondheid laat het langer doorwerken tot de steeds hoger wordende AOW-leeftijd niet altijd meer toe.

Daarom is het inkomen tot een drempelvrijstelling tussen 2021 tot 2026 vrijgesteld van een RVU-heffing als werknemers binnen 3 jaar voor de AOW-gerechtigde leeftijd stoppen met werken. Ook wel een RVU-vrijgestelde vroegpensioenuitkering genoemd. Klik hier voor meer informatie over deze versoepeling die vanaf 2021 in werking is getreden.

Tevens is door het wetsvoorstel ‘Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen’ het aantal fiscaal maximaal te sparen verlofdagen uitgebreid van 50 naar 100 weken. 

Andere oplossingen om een boete te voorkomen

Voor een uitgebreide behandeling van andere uitzonderingen om een boete te voorkomen is er het boek ´Pensioenoplossingen bij ontslag – gevolgen en mogelijkheden uitgebreid behandeld´ en/of de whitepaper.

Over een transitie-/ontslagvergoeding wordt (los van een eventuele RVU-sanctie voor rekening van de werkgever) belastingheffing en premie volksverzekeringen geheven. Nadat de werknemer over de ontslagvergoeding heeft afgerekend, is het resterende bedrag vrij besteedbaar om eventuele inkomenstekorten mee aan te vullen.

Pensioen kort de WW-uitkering

Stel, Karin wil na het ontslag vanaf haar 60e levensjaar parttime beschikbaar blijven op de arbeidsmarkt. Ze ontvangt een WW-uitkering. Het inkomenstekort kan zij aanvullen met spaargeld, eventueel afkomstig uit de ontvangen ontslag-/transitievergoeding.

Een korting voorkomen.

De pensioenuitkering vervroegen is pas verstandig na de beëindiging van de WW-uitkering. Liever niet eerder, want pensioen kort in de meeste gevallen de WW-uitkering. Een korting voorkomen of laten opwegen tegen de te behalen financiële voordelen is mogelijk. De te kiezen strategie is afhankelijk van de persoonlijke situatie van betrokkene(n). Voor dit artikel voert een uitleg hierover te ver. In het eerder aangehaalde boek ‘Pensioenoplossingen bij ontslag, gevolgen en mogelijkheden uitgebreid behandeld’ gaat de auteur zoals de titel al doet vermoeden uitgebreider op deze materie in. Zie ook de nieuwsartikelen zoals ‘Pensioen en WW’.

Vanaf het moment dat Karin een nieuw parttime-dienstverband aangaat en de WW-uitkering stopt, kan ze een eventueel inkomenstekort aanvullen met (deeltijd) pensioen of spaargeld. Als het nieuwe arbeidscontract vervolgens afloopt, wordt de aansluitende WW-uitkering niet met het reeds tot uitkering komende pensioen gekort.

6.Seniorenregeling, generatiepact

Een werknemer kan ondanks dat hij minder werkt, onder voorwaarden, toch zijn pensioenopbouw op het niveau van het oude salaris voortzetten. Dit is mogelijk binnen een periode van 10 jaar voorafgaand aan de in de pensioenregeling vastgestelde ingangsdatum (art. 10a lid 4 UBLB 1965). Interessant? Puur afhankelijk van de persoonlijke wensen en omstandigheden.

De hogere pensioenopbouw in relatie tot de arbeidsduur kan worden gecombineerd met een seniorenregeling. Een seniorenregeling is een regeling waarbij de vermindering van de arbeidsduur een grotere loonsverlaging rechtvaardigt dan wordt toegepast. Als een regeling, vaak uitgewerkt op werkgevers- of sectoraal niveau, als doel heeft het bevorderen van de werkgelegenheid onder jongeren, is er sprake van een generatiepact. Tegenwoordig vaker een vitaliteitsregeling genoemd. Oudere werknemers krijgen vrijwillig de mogelijkheid een deel van hun arbeidsuren in te leveren. Indien de werkgever ermee akkoord gaat en de regeling organisatorisch is in te passen kan de werkuren-beloning-pensioen-verhouding er als volgt uitzien:

Werkuren-beloning-pensioen (60-80-100)

De oudere werknemer die vrijwillig aan het generatiepact wil deelnemen verlaagt het aantal werkuren van 40 uur naar 24 uur, een parttime-percentage van 60%. Zijn werkgever betaalt hem op basis van 32 uur uit (80%). De pensioenopbouw mag onder voorwaarden voor de volle 100% worden voortgezet. Meerdere oudere werknemers kiezen voor deze regeling. Jongere werknemers vullen de vrijgevallen uren op en worden opgeleid door de ervaren senioren. Dit is een prima regeling om de oudere werknemers de mogelijkheid te bieden zonder een al te grote inkomensachteruitgang in deeltijd te gaan werken. Een achteruitgang van 20% in bruto salaris is netto een minder grote aderlating en kan worden aangevuld met spaargeld of deeltijdpensioen. Dat maakt het generatiepact voor werknemers aantrekkelijk.

Kanttekeningen generatiepact

Er zijn ook kanttekeningen bij een generatiepactregeling te plaatsen. Over het nut van een generatiepactregeling verschenen in 2019 twee artikelen van mijn hand. Enerzijds belicht vanuit de ondernemingsraad en anderzijds vanuit de werkgever.

Bij kleine(re) bedrijven zonder cao komen dit soort seniorenregelingen sporadisch voor. Dit komt door onbekendheid, relatief dure advieskosten (verdeeld over een gering aantal werknemers) en omdat het organisatorisch moeilijker is in te passen. De werkgever en werknemer die dit avontuur wel samen aangaan, doen er verstandig aan zich te laten adviseren; een seniorenregeling kan verkeerd geconstrueerd of in combinatie met andere regelingen leiden tot een fiscale sanctie.

7.Levensloop

Tot en met 31 oktober 2021 kan het levenslooptegoed geheel of gedeeltelijk worden opgenomen via de werkgever. De uitkering(en) zijn als loon belast.

Een omzetting in pensioen kan belastingvoordeel opleveren.

Een omzetting van het tegoed in een extra pensioenaanspraak is soms mogelijk en verstandig. Hierdoor wordt de belastingheffing uitgesteld tot uw pensioendatum. Tevens kan uitstel leiden tot een lagere belastingheffing en premie volksverzekeringen dan als u in 2021 direct afrekent. Met direct afrekenen wordt bedoeld dat u in 2021 uw levenslooptegoed volledig opneemt nadat er eerst direct belasting over is betaald. 

Wacht niet te lang.

Het is verstandig tijdig te (laten) bestuderen of een omzetting in een extra pensioenaanspraak interessant is. Het is immers kort dag. U heeft hier slechts tot november 2021 de tijd voor en het analyseren van deze mogelijkheid kost tijd. Nagegaan moet worden of de pensioenregeling deze mogelijkheid biedt, is een omzetting gezien uw totale situatie verstandig en hoeveel fiscale ruimte is er aanwezig voor de aankoop van een extra pensioen? Kortom ook hier is er sprake van maatwerk.

8.Kleiner (goedkoper) gaan wonen

Het aflossen van de hypotheek kan de maandlasten drukken, echter het geld wordt op deze manier wel in de stenen gemetseld. Het is niet meer vrijelijk beschikbaar. De overwaarde (verschil tussen de verkoopopbrengst en de resterende hypotheek) uit de verkoop van een duurder huis gebruiken om het verlies aan arbeidsinkomen op te vangen is ook een middel. Daarnaast zorgt een goedkopere woning voor een verlaging van de maandlasten.

9.Periodiek een bedrag opzij zetten

Sparen

Beter bekend onder de zekerheidszoekers als het sparen van een geldbedrag. Een doel helpt om onderweg gedisciplineerd te blijven. De rentevergoeding voor het (tijdelijk) afzien van consumptie is anno 2020 (nog steeds) erg laag.

Beleggen

Beleggen is risicovoller dan sparen. Daar staat, door het hogere risico, een verwacht hogere vergoeding of rendement tegenover. Een periodieke aankoop (timing), een lange beleggingshorizon en een verantwoorde beleggingsmix hebben als doel de risico’s beheersbaar te houden. Beleggen is niet voor iedereen geschikt, het geeft geen garanties voor de toekomst en zou niet gebruikt moeten worden om de maandelijkse inleg (door de te verwachten hogere rendementen) te verlagen. Als de gunstige rendementen daadwerkelijk worden behaald is het vroeg genoeg om deze in te zetten voor bijvoorbeeld vervroegde pensioenwensen.

Voor de laatste keer terug naar het voorbeeld

Voor Karin kan het zijn dat:

  • het pensioen niet kan worden vervroegd (deze optie wordt niet in iedere pensioenregeling aangeboden);
  • er eerder geen prepensioen is opgebouwd;
  • er geen lijfrentevoorziening aanwezig is;
  • zij nooit een gouden handdruk heeft ontvangen;
  • er geen seniorenregeling wordt aangeboden;
  • er geen levenslooptegoed is opgebouwd; en/of
  • zij niet kleiner/goedkoper kan of wil wonen.

Spaargeld inzetten is, indien aanwezig, dan nog altijd een oplossing. De overbruggingsperiode voordat het pensioen van Karin ingaat is achtenveertig maanden. Gedurende deze periode is eerder een inkomenstekort van € 575 per maand berekend. De berekening ter bepaling van het benodigde spaargeld is als volgt: 48 maanden x € 575 = € 27.600.

Conclusie

Minder of volledig stoppen met werken voorafgaand aan het bereiken van de AOW- en/of pensioengerechtigde leeftijd is kostbaar. Om deze luxe te bereiken zijn er, zoals in dit artikel aangegeven, meerdere alternatieven voorhanden. Sparen is er één van, maar kan lastig zijn. Zeker nu er tegenover spaartegoeden geen rentevergoeding staat, het tegoed wordt belast en consumeren wordt gestimuleerd.

Inhaal of inkoop van pensioen.

Om eerder met pensioen te gaan moet er volhardend worden vastgehouden aan het persoonlijke plan, een realistisch plan waarbij alle mogelijkheden om keuzes te maken zijn verkend. Een plan dat aansluit op uw leven. Het leven is immers als een plan; een aaneenschakeling van onzekere gebeurtenissen.

Disclaimer

Het kan zijn dat de tekst niet volledig is. Er zijn keuzes gemaakt ter bevordering van de leesbaarheid en om de lezer te informeren en eventueel tot handelen aan te zetten.

Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaardt de auteur geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten en onvolkomenheden, noch voor de gevolgen hiervan.

Bent u benieuwd of u eerder met pensioen kunt? Neem contact op met de deskundige & onafhankelijke pensioen(recht)adviseur: Dirk-Jan Plate.