Menu

Vervroegd pensioen: nieuwe fiscale regels

Vervroegd met pensioen gaan, voor het bereiken van de AOW-leeftijd werd tot 2021 niet fiscaal gestimuleerd. Vanaf 2021 is dit veranderd. Vanaf die datum zijn er nieuwe fiscale regels (een zogenoemde ‘RVU-vrijgestelde vroegpensioenuitkering’) die u kunnen helpen vervroegd met pensioen te gaan. De mogelijkheden vervroegd pensioen nemen hierdoor toe. In dit artikel uitgediept. Voor andere mogelijkheden klik hier.

De volgende onderwerpen komen in dit artikel aan bod:

Regelgeving tot 2021

Vijftien jaar geleden werd de VUT afgeschaft. Sindsdien worden verkapte VUT-regelingen zoals een Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU) beboet. Voor meer achtergrondinformatie over een RVU en de zogenoemde vroegpensioenboete, klik hier.

Wilt u meer weten over de versoepeling, lees gerust verder.

Vanaf 2021, een versoepeling

Werkgevers krijgen tijdelijk (tot de drempelvrijstelling) geen boete als zij werknemers helpen de periode tussen ontslag en pensioen te overbruggen. ‘Het regeringsbeleid is toch juist bedoeld om mensen langer aan het werk te houden?’ Dat klopt echter voor een bepaalde groep werknemers komen de duurzame inzetbaarheidsmaatregelen te laat, gaat de verhoging van de AOW-leeftijd wellicht te snel en laat de gezondheid het langer doorwerken niet meer toe.  

Ook voor mensen met een lichter beroep

Afhankelijk van de afspraken tussen sociale partners kan het zijn dat er een doelgroep wordt afgebakend. Bijvoorbeeld dat alleen de zware beroepen voor een drempelvrijstelling in aanmerking komen. Dat is een discussie op zich. Wat is de definitie van een zwaar beroep?

In verhouding hebben werknemers met lagere inkomens het grootste voordeel van de drempelvrijstelling. Dit geldt ook voor hun werkgevers.

De werkgevers ontkomen aan een RVU-heffing waardoor zij extra tools in handen krijgen om de werknemers te helpen.

Als er geen afbakening van doelgroep plaatsvindt kan de versoepeling ook gunstig zijn voor werknemers die meer verdienen. Of zoals in de Memorie van toelichting verwoord: ‘Het generieke karakter zou ertoe kunnen leiden dat de regeling breder wordt ingezet dan voor de bedoelde doelgroep’.

Vervroegd pensioen nadat de wetswijziging is doorgevoerd

Voor een maximale periode van drie jaar voor de AOW-gerechtigde leeftijd wordt er per jaar een brutobedrag van € 22.164 (2021) vrijgesteld. De hoogte van deze vrijstelling is gekoppeld aan de netto-AOW. Er moet over dit bedrag nog steeds inkomstenbelasting (BOX 1) door de werknemer worden betaald. Echter de boete kan voor de werkgever vanaf 2021 lager uitvallen of helemaal komen te vervallen.

De drempelvrijstelling voorkomt of vermindert een boete voor de werkgever.

De drempelvrijstelling scheelt de werkgever 52% aan belastingheffing, waardoor hij eerder van dit middel gebruik zal maken om vervroegd pensioen binnen het bereik van de werknemer te brengen. Een wederzijdse vrijwilligheid van zowel werknemer en werkgever is het uitgangspunt.

Overschrijding van het maximaal vrijgestelde bedrag

Een éénmalig bedrag eerder dan drie jaar voor de AOW-leeftijd aan de werknemer uitkeren levert geen vrijstelling op, wel een volledige boete voor de werkgever. Het maximaal vrijgestelde bedrag overschrijden door middel van periodieke uitkeringen (of een éénmalige uitkering) binnen de 36-maandsperiode voor de AOW-leeftijd zorgt ervoor dat alleen de bedragen (of het bedrag) boven de drempelvrijstelling worden belast.

De RVU-vrijgestelde vroegpensioenuitkering blijft mogelijk tot 31 december 2028 als de regeling uiterlijk drie jaar daarvoor schriftelijk tot stand is gekomen (31 december 2025).

Er zijn overigens ook twee toetsen die tot een vrijwaring kunnen leiden. Uitgewerkt in het boek ‘Pensioenoplossingen bij ontslag, gevolgen en mogelijkheden uitgebreid behandeld’.

Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen

Voor de volledigheid: naast de RVU-drempelvrijstelling maakt de ‘Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen’ het voor werknemers mogelijk meer verlofspaarweken op te bouwen. Honderd in plaats van vijftig. Daarnaast kan er vanaf 2023 worden gekozen om een gedeelte van het pensioen te ruilen voor een pensioenbedrag ineens.

Twee voorbeelden

De ontslaguitkering kan in één keer worden verstrekt of periodiek over een vooraf afgesproken periode worden uitgesmeerd. Als er sprake is van periodieke uitkeringen wordt iedere betaling getoetst of de drempelvrijstelling al dan niet wordt overschreden. Voor 2021 is de maandelijks maximale uitkering € 1.847, dus alles daarboven levert de werkgever een RVU-heffing op.

Voorbeeld 1, een éénmalige uitkering

Stel de werknemer ontvangt een te hoog bedrag. Hij ontvangt namelijk € 60.000. Dat zou normaal gesproken bij een uitkeringsperiode van 36 maanden niet te hoog zijn. € 60.000 gedeeld door 36 maanden is immers € 1.666,67 en dat bedrag is lager dan het maximum van € 1.847. Echter de periode tussen de ontvangst van de uitkering en de AOW-leeftijd is 2 jaar. De vrijstelling bedraagt dan maximaal: € 1.847 x 24 = € 44.328. Over het meerdere is de werkgever een RVU-heffing verschuldigd. Het meerdere is € 60.000 -/- € 44.328 = € 15.672.

Voorbeeld 2, periodiek

Stel de werknemer ontvangt het bedrag periodiek. Dus over 24 maanden iedere maand € 2.500. Bij iedere betaling wordt er getoetst. In dit geval is er over het verschil tussen € 2.500 en € 1.847 een RVU-heffing verschuldigd. Over 24 maanden is dat weer het eerder berekende bedrag van € 15.672. Namelijk € 653 x 24 maanden, gelijk aan het vorige voorbeeld.

Zwaarwerkregeling in combinatie met een WW-uitkering

Een periodieke uitkering kort in de meeste gevallen een WW-uitkering. Het volgende wordt daarover in de Memorie van toelichting geschreven:

‘Tot slot geeft het UWV mee dat de RVU-uitkering geheel moet worden gekort op de WW-uitkering, maar alleen als het een periodieke RVU-uitkering betreft’.

Er zijn op dit moment al meerdere collectieve arbeidsovereenkomsten (cao) die aangeven gebruik te willen maken van de toekomstige versoepeling van de regelgeving. De cao’s van de sector Bouw en Infra, de sector Afbouw en de Politie. De zwaarwerkregeling van de bouwsector kent een periodieke uitkering. Meer informatie over deze specifieke regeling? Klik dan hier.

Een generatiepact kan overigens ook een oplossing zijn

Een nieuwe verdeling van de ‘werkuren-beloning-pensioen’. Bijvoorbeeld in een verhouding van (60%-80%-100%). Met als gevolg een kleine netto inkomensverlaging. Voor 3 dagen werk wordt de werknemer voor 4 dagen beloond. Dat scheelt aan brutoloon 20%. Netto is de verlaging kleiner. Ongeveer 10%. Meer over een generatiepact klik hier.

Conclusie

De nieuwe fiscale regels zijn een uitbreiding van het bestaande assortiment aan mogelijkheden om eerder met pensioen te gaan. Voor de andere mogelijkheden om eerder met pensioen te gaan, klik hier.

De beste oplossing is afhankelijk van de financiële situatie van de werknemer en zijn wensen. Daar komt dus veel bij kijken. Dat is maar goed ook, mijn werk moet wel uitdagend blijven.

Bijgewerkt op 3 mei 2021.