Menu

Vervroegd pensioen: nieuwe fiscale regels

Vervroegd met pensioen gaan, voor het bereiken van de AOW-leeftijd werd tot 2021 niet fiscaal gestimuleerd. Vanaf 2021 is dit veranderd en zijn er nieuwe fiscale regels (een zogenoemde ‘RVU-vrijgestelde vroegpensioenuitkering’) die u kunnen helpen vervroegd met pensioen te gaan. De mogelijkheden vervroegd pensioen nemen hierdoor toe. In dit artikel uitgediept. Andere mogelijkheden zijn te lezen in het artikel ‘Eerder met pensioen‘.

De volgende onderwerpen komen in dit artikel aan bod:

Vanaf 2021, een versoepeling van de vertrekregeling

Vijftien jaar geleden werd de VUT afgeschaft. Sindsdien worden verkapte VUT-regelingen zoals een Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU) beboet. Door de versoepeling vanaf 2021 krijgen werkgevers tijdelijk en tot de drempelvrijstelling geen boete als zij werknemers helpen de periode tussen ontslag en pensioen te overbruggen. ‘Het regeringsbeleid is toch juist bedoeld om mensen langer aan het werk te houden?’ Dat klopt echter voor een bepaalde groep werknemers komen de duurzame inzetbaarheidsmaatregelen te laat, gaat de verhoging van de AOW-leeftijd wellicht te snel en laat de gezondheid het langer doorwerken niet meer toe.  

Ook voor mensen met een lichter beroep

Afhankelijk van de afspraken tussen sociale partners kan het zijn dat er een doelgroep wordt afgebakend. Bijvoorbeeld dat alleen de zware beroepen voor een drempelvrijstelling in aanmerking komen. Dat is een discussie op zich. Wat is de definitie van een zwaar beroep?

In verhouding hebben werknemers met lagere inkomens het grootste voordeel van de drempelvrijstelling. Dit geldt ook voor hun werkgevers.

De werkgevers ontkomen aan een RVU-heffing (52%) waardoor zij geld overhouden om de werknemers te helpen.

Als er geen afbakening van doelgroep plaatsvindt kan de versoepeling ook gunstig zijn voor andere werknemers. Of zoals in de Memorie van toelichting verwoord: ‘Het generieke karakter zou ertoe kunnen leiden dat de regeling breder wordt ingezet dan voor de bedoelde doelgroep’.

Vervroegd pensioen wordt goedkoper

Voor een maximale periode van drie jaar voor de AOW-gerechtigde leeftijd wordt er per jaar een brutobedrag van € 22.488 (2022) vrijgesteld. De hoogte van deze vrijstelling is gekoppeld aan de netto-AOW. Er moet over dit bedrag nog steeds inkomstenbelasting (BOX 1) door de werknemer worden betaald. Echter de boete kan voor de werkgever vanaf 2021 lager uitvallen of helemaal komen te vervallen.

Voorbeeld

Stel, de werknemer krijgt de maximale RVU-regeling en het pensioen tevens naar voren wordt gehaald. Het inkomen is bijvoorbeeld tot 64-jarige leeftijd € 3.000 netto per maand. Vervolgens wordt er drie jaar op basis van de RVU-regeling € 1.312 per maand ontvangen vermeerderd met het pensioen dat naar voren wordt gehaald. Bij elkaar ruim € 2.300. Let wel: door een vervroegde pensionering keert het pensioen langer uit waardoor het maandbedrag lager is. Er zijn allerlei combinaties op pensioengebied. Meer daarover is te lezen in het artikel ‘Keuzes rond pensioendatum’. Vanaf AOW-leeftijd ontvangt de pensioengerechtigde een AOW-alleenstaande uitkering en zijn pensioen.

RVU en een vervroegd pensioen. Sterk vereenvoudigde netto weergave.

De drempelvrijstelling voorkomt of vermindert een boete voor de werkgever.

De drempelvrijstelling scheelt de werkgever 52% aan belastingheffing, waardoor hij eerder van dit middel zal gebruikmaken om vervroegd pensioen binnen het bereik van de werknemer te brengen. Een wederzijdse vrijwilligheid van zowel werknemer en werkgever is het uitgangspunt. De werkgever is niet verplicht aan deze RVU-regeling mee te werken tenzij vastgelegd in een cao. Echter ook dan zijn er nog steeds voorwaarden van toepassing.

Overschrijding van het maximaal vrijgestelde bedrag

Een éénmalig bedrag eerder dan drie jaar voor de AOW-leeftijd aan de werknemer uitkeren levert geen vrijstelling op, wel een volledige boete voor de werkgever. Het maximaal vrijgestelde bedrag overschrijden door middel van periodieke uitkeringen (of een éénmalige uitkering) binnen de 36-maandsperiode voor de AOW-leeftijd zorgt ervoor dat alleen de bedragen (of het bedrag) boven de drempelvrijstelling worden belast. Als volgt:

Overschrijding drempelvrijstelling bij een AOW-leeftijd van 67 jaar.

De RVU-vrijgestelde vroegpensioenuitkering blijft mogelijk tot 31 december 2028 als de vertrekregeling uiterlijk drie jaar daarvoor schriftelijk tot stand is gekomen (31 december 2025).

Er zijn overigens ook twee toetsen die tot een vrijwaring kunnen leiden. Uitgewerkt in het boek ‘Pensioenoplossingen bij ontslag, gevolgen en mogelijkheden uitgebreid behandeld’. Die twee toetsen kunnen ook aantonen dat een ontslagvergoeding eerder dan drie voor AOW-leeftijd uitgekeerd niet altijd een pseudo-eindheffing hoeft op te leveren.  

Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen

Voor de volledigheid: naast de RVU-drempelvrijstelling maakt de ‘Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen’ het vanaf 2023 mogelijk een gedeelte van het periodieke pensioen te ruilen voor een pensioenbedrag ineens.

De nieuwe wet maakt ook de opbouw van meer verlofspaarweken mogelijk. Honderd verlofspaarweken in plaats van vijftig. De berekening van een RVU-drempelvrijstelling als er wordt gekozen voor een deels door de werknemer gespaard verlof én deels door de werkgever in het kader van een RVU-regeling is uitgewerkt in V&A 21-006.

Voorbeelden éénmalige of periodieke uitkering

De ontslaguitkering kan in één keer worden verstrekt of periodiek over een vooraf afgesproken periode worden uitgesmeerd. Als er sprake is van periodieke uitkeringen wordt iedere betaling getoetst of de drempelvrijstelling al dan niet wordt overschreden. Voor 2022 is de maandelijkse maximale uitkering € 1.874, dus alles daarboven levert de werkgever een RVU-heffing op.

Voorbeeld 1, een éénmalige uitkering

Stel, de werknemer ontvangt een te hoog bedrag. Hij ontvangt namelijk € 60.000. Dat zou normaal gesproken bij een uitkeringsperiode van 36 maanden niet te hoog zijn. € 60.000 gedeeld door 36 maanden is immers € 1.666,67 en dat bedrag is lager dan het maximum van € 1.874. Echter de periode tussen de ontvangst van de uitkering en de AOW-leeftijd is 2 jaar. De vrijstelling bedraagt dan maximaal: € 1.874 x 24 = € 44.976. Over het meerdere is de werkgever een RVU-heffing verschuldigd. Het meerdere is € 60.000 -/- € 44.976 = € 15.024.

Voorbeeld 2, periodiek

Stel, de werknemer ontvangt het bedrag periodiek. Dus over 24 maanden iedere maand € 2.500. Bij iedere betaling wordt er getoetst. In dit geval is er over het verschil tussen € 2.500 en € 1.874 een RVU-heffing verschuldigd. Over 24 maanden is dat weer het eerder berekende bedrag van € 15.024. Namelijk € 626 x 24 maanden, gelijk aan het vorige voorbeeld.

Zwaarwerkregeling in combinatie met een WW-uitkering

Een periodieke uitkering kort in de meeste gevallen een WW-uitkering. Het volgende wordt daarover in de Memorie van toelichting geschreven:

‘Tot slot geeft het UWV mee dat de RVU-uitkering geheel moet worden gekort op de WW-uitkering, maar alleen als het een periodieke RVU-uitkering betreft‘.

De zwaarwerkregeling van de bouwsector kent bijvoorbeeld een periodieke uitkering.

Opgenomen in cao’s

Begin 2022 is voor ten minste 43% van alle werknemers die onder een cao vallen een collectieve afspraak gemaakt over een RVU-vrijgestelde vroegpensioenuitkering. Dit betekent niet dat de regeling voor alle werknemers open staat. Veel cao-partijen bakenen de doelgroep die er gebruik van kan maken af. Dienstjaren en de zwaarte van het beroep zijn daarin leidend. Deze beperkende voorwaarden hoeven niet, de wet biedt meer ruimte. Vijf procent van de cao-partijen stellen de RVU-regeling dan ook open voor alle onder de cao vallende werknemers.

Veel cao-partijen beperken de RVU-vrijstelling naar rato voor werknemers die in deeltijd werken. Dat hoeft niet. Er hoeft op basis van de wet geen deeltijdfactor te worden toegepast.

Een generatiepact kan overigens ook een oplossing zijn

Een nieuwe verdeling van de ‘werkuren-beloning-pensioen’. Bijvoorbeeld in een verhouding van (60%-80%-100%). Met als gevolg een kleine netto inkomensachteruitgang. Voor 3 dagen werk wordt de werknemer voor 4 dagen beloond. Dat scheelt aan brutoloon 20%. Netto is de verlaging kleiner. Ongeveer 10%. Meer over een generatiepact is terug te lezen in het artikel ‘Een generatiepact of deeltijdpensioen?

Conclusie

De nieuwe fiscale regels zijn een uitbreiding van het bestaande assortiment aan mogelijkheden om eerder met pensioen te gaan. Andere mogelijkheden zijn terug te lezen in de whitepaper ‘Eerder met pensioen‘.

De beste oplossing is afhankelijk van de financiële situatie van de werknemer en zijn wensen. Daar komt veel bij kijken. Pensioenlogica is onafhankelijk en kijkt breed. Niet alleen naar de huidige pensioenregeling, maar ook naar andere regelingen, de afspraken in de vaststellingsovereenkomst enz. Zaken die niet te automatiseren zijn. Omdat:

Daar waar automatisering stopt, gaat Pensioenlogica verder!

Disclaimer

Het kan zijn dat de tekst niet volledig is. Er zijn keuzes gemaakt ter bevordering van de leesbaarheid en om de lezer te informeren en eventueel tot handelen aan te zetten. Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaardt de auteur geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten en onvolkomenheden, noch voor de gevolgen hiervan.

Bijgewerkt op 26 september 2022.