Menu

Prepensioen

Wat is prepensioen

Prepensioen was de mogelijkheid om fiscaal vriendelijk te sparen om vóór 65 jaar al met pensioen te kunnen gaan. Daar kwam voor werknemers geboren in of na 1950 abrupt een einde aan vanaf 2006. Door de wet VUT, Prepensioen en Levensloop werd de pensioenleeftijd met 5 jaar verhoogd van 60 naar 65 jaar. Toen al was het idee om de arbeidsparticipatie van ouderen te vergroten en de financiële gevolgen van de toenemende vergrijzingsdruk op te vangen. Dat is gelukt. Zie het onderstaande schema van het Centraal Bureau voor de Statistiek:

Voor het afschaffen van onder andere het prepensioen is een grote groep deelnemers gecompenseerd. Bijvoorbeeld door het aanbieden van een voorwaardelijk pensioen.

Voorwaardelijk pensioen

Bij veel pensioenfondsen werd de achteruitgang (gedeeltelijk) gecompenseerd met een voorwaardelijk pensioen (ook wel VPL-aanspraken genoemd). Een voorwaardelijk pensioen is een extra pensioen dat pas onvoorwaardelijk werd vanaf het moment dat dit extra pensioenpotje volledig was gefinancierd. Over de financiering mocht vijftien jaar worden gedaan. Inmiddels zijn alle voorwaardelijke pensioenen omgezet naar een onvoorwaardelijk pensioen.  

Meer over voorwaardelijke pensioenen is te lezen in het artikel: ‘Voorwaardelijk pensioen ABP behouden‘.

Levensloopregeling

Een andere regeling om eerder te kunnen stoppen is inmiddels afgeschaft, de levensloopregeling.

Wat is pre pensioen, alternatieven

Ook na het afschaffen van het pre pensioen is het nog steeds mogelijk om door middel van fiscaal vriendelijk sparen eerder te kunnen stoppen met werken. Bijvoorbeeld door het pensioen dusdanig te maximaliseren dat er sprake is van een overschotsituatie op pensioendatum. Een overschotsituatie zorgt ervoor dat een gedeelte van het pensioen naar voren kan.

Voorbeeld alternatief voor een prepensioen:

Stel, Frank heeft een pensioenregeling die reeds is aangepast aan het nieuwe pensioenstelsel. Hij verdient € 50.000 per jaar. Er is sprake van een flexibele premieregeling (meer over te lezen in het artikel ‘Het nieuwe pensioencontract‘) en Frank betaalt samen met zijn werkgever in totaal 20% van de pensioengrondslag aan premie. De berekening van de inleg is als volgt:

€ 50.000 – € 18.000 (AOW-franchise) = € 32.000 (pensioengrondslag). De pensioengrondslag van € 32.000 maal 20% = € 6.400 aan bruto inleg per jaar.

Er is echter nog ruimte om extra in het pensioen te investeren. Ook wel bijsparen genoemd. Grafisch als volgt weer te geven: Bijspaarruimte

Op basis van het nieuwe pensioenakkoord mag het premiepercentage maximaal 30% zijn. Dus kan Frank ervoor kiezen een extra € 3.200 bruto op jaarbasis in te leggen in zijn pensioenregeling. Dat kost hem netto ongeveer € 165,00 per maand en met dat extra geld kan hij eventueel zijn pensioen eerder laten ingaan als er sprake is van een overschotsituatie vanaf AOW-leeftijd.

Een gedeelte van het pensioen naar voren halen kan interessant zijn. Er zijn vele mogelijkheden die gecombineerd kunnen worden en die ik beschrijf in de whitepaper ‘Eerder met pensioen’.

Tevens is het sinds 2021 zonder belastingboete mogelijk een bedrag gelijk aan een netto AOW-uitkering door de werkgever aan een werknemer te verstrekken. Deze mogelijkheid heet een RVU-drempelvrijstelling en de hoofdzaken zijn door mij uitgewerkt in het artikel ‘Vervroegd pensioen: nieuwe fiscale regels’.  

Prepensioen uitbetalen

Als een prepensioen tot uitkering komt moet er belasting over de uitkeringen worden betaald. Tevens AOW-premie. Anders dan een levenslang pensioen dat vanaf AOW-leeftijd uitkeert. Daarover hoeft geen AOW-premie te worden betaald. 

Timing is daarom bij het uitbetalen van prepensioen erg belangrijk. Welk deel van het pensioen, lijfrente, ander inkomen of spaargeld is verstandig eerst tot uitkering te laten komen? Het maken van combinaties werkt in de praktijk ook goed. Het betreft altijd maatwerk waarbij ik u kan helpen.

Ander relevant artikel: VUT-regeling

Interesse in een pensioenadvies op maat? Neem contact op.

Bijgewerkt op 11 januari 2024.