Menu

Hoger pensioen, lagere ontslagvergoeding?

Hoger pensioen, lagere ontslagvergoeding? De oudste werknemers krijgen een lagere ontslagvergoeding omdat zij een hoger en onvoorwaardelijk extra pensioen hebben. Rechtvaardigt een hoger pensioen een leeftijdsgerelateerde lagere ontslagvergoeding? Dat bleef tot aan de Hoge Raad de vraag. In dit nieuwsbericht komen in het kort de verleden maand behandelde zienswijzen van de kantonrechter, het hof en de advocaat-generaal over een leeftijdsafhankelijke ontslagvergoeding aan bod. Daarna het oordeel van de Hoge Raad.

De kantonrechter, het hof en de advocaat-generaal

De kantonrechter (ECLI:NL:RBGEL:2015:8362) oordeelt dat op basis van de pensioenverschillen er geen sprake is van gelijke gevallen en verboden leeftijdsonderscheid.

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2017:9571) oordeelt in hoger beroep ‘dat voor het maken van onderscheid naar leeftijd in het sociaal plan een objectieve rechtvaardigingsgrond bestaat’.

De advocaat-generaal (ECLI:NL:PHR:2019:140) meent dat de leeftijdsafhankelijke maximering van de ontslagvergoeding ontoereikend is gemotiveerd; het hof heeft het legitieme doel ‘aangeduid in termen van, kort gezegd, collectiviteit en niet een achterliggend doel van sociaal beleid’ benoemd. ‘Daardoor lijkt het gekozen middel – het met de maximeringsregeling gemaakte onderscheid naar leeftijd door twee verschillende uittredingsrichtdata te hanteren – samen te vallen met het doel. Daardoor kan niet naar behoren een doel-middel-toets worden uitgevoerd, zodat ook niet kan worden vastgesteld of voldaan is aan het noodzakelijkheidscriterium’.

De Hoge Raad

Doel-middel-toets

De Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2019:647) volgt de advocaat-generaal; ‘Aldus heeft het hof ten onrechte het gekozen middel om het doel te verwezenlijken, een collectieve regeling, als doel gehanteerd aan de hand waarvan het heeft onderzocht of het middel noodzakelijk is om het doel te bereiken’.

Maximeringsregeling

De maximeringsregeling kan verder gaan dan noodzakelijk om het doel te bereiken en is in zoverre niet objectief gerechtvaardigd. Het uitgangspunt van de maximeringsregeling is dat alle werknemers geboren in 1950-1952 uiterlijk op 62 -jarige leeftijd met pensioen gaan. Relevant is het betoog dat deze groep werknemers bij een pensionering op 62-jarige leeftijd een inkomensdaling van 40-60% voor hun kiezen krijgen. Zij zijn aanzienlijk slechter af dan hun jongere collega’s. Bij de jongeren gaat men uit van een salarisderving tot aan de 65-jarige leeftijd. ‘Het hof kon dit betoog niet passeren op de enkele grond dat bij collectieve regelingen zoals een sociaal plan in het algemeen niet kan worden geëist dat elk geval afzonderlijk wordt onderzocht om te bepalen wat het best aan de specifieke behoefte van elke werknemer beantwoordt’.

Daarmee is de leeftijdsafhankelijke ontslagvergoeding in deze zaak niet objectief gerechtvaardigd, dus verboden.

Andere eerder verschenen berichten over dit onderwerp: