Menu

Financieel beter af na ontslag

Door Dirk-Jan Plate 

De vergoeding die een werknemer na ontslag vóór het bereiken van de pensioenleeftijd ontvangt mag worden begrensd. Het hof Amsterdam heeft zich hier op 25 september 2018 (ECLI:NL:GHAMS:2018:3493) over uitgesproken.

De rechtbank Amsterdam vond de aftopping eerder een verboden leeftijdsonderscheid. De werkgever (de ABN AMRO in deze) wilde geen vergelijking maken met de Andersen-zaak (HvJ EU 12 oktober 2010, ECLI:EU:C:2010:600 (Region Syddanmark/Andersen), de rechtbank wel: ‘ABN AMRO heeft een beroep op het Andersen-arrest afgewezen omdat het bij de aftopping van de stimuleringspremie niet zou gaan om een vergoeding die tot doel heeft het faciliteren van het zoeken naar ander werk, maar de kantonrechter ziet geen wezenlijk verschil met de situatie in dat arrest, waarin het eveneens ging om een mogelijk vroegpensioen als grondslag voor het weigeren van een ontslagvergoeding, terwijl van dat vroegpensioen geen gebruik werd gemaakt omdat de werknemer wilde doorwerken’ (Rb. Amsterdam 8 februari 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:906).

Het Hof Amsterdam is het daarmee eens echter stelt aanvullend:

‘Het is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid inderdaad onaanvaardbaar als [geïntimeerde] doordat zij de volledige stimuleringspremie ontvangt waarop zij ingevolge het sociaal plan recht heeft, meer inkomen zou ontvangen dan hetgeen waarop zij recht had gehad als zij tot 1 oktober 2018, haar pensioenleeftijd, was blijven werken. Haar vordering is daarom slechts toewijsbaar voor zover zij ten gevolge van het ontslag door ABN AMRO en in aanmerking nemende de haar toegekende WW-uitkering, inkomen derft tot haar AOW-leeftijd en pensioenschade lijdt als gevolg van het feit dat zij verdere pensioenopbouw mist tot die leeftijd’.

Het gemis aan inkomen én de pensioenschade tot pensioenleeftijd kan zij dus op de werkgever verhalen, een hogere vergoeding is volgens het hof in deze zaak onaanvaardbaar.

Klinkt heel logisch.