Stel uw pensioenvraag
"*" geeft vereiste velden aan
Een echtscheiding kan tijdelijk geen doorgang vinden als degene die met de echtscheiding wordt geconfronteerd aantoont dat het vooruitzicht op uitkeringen verloren gaat (of in ernstige mate vermindert) als de verzoeker van de echtscheiding voortijdig komt te overlijden.
Dit wordt het pensioenverweer genoemd. Als de verzoeker een partnerpensioen op risicobasis heeft verzekerd (in het nieuwe pensioenstelsel altijd het geval) heeft de partner daar na de scheiding geen recht op. Dat is vooral vervelend als de partner afhankelijk is van het inkomen van de verzoeker.
Burgerlijk wetboek
Artikel 1:153 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek:
- 1Indien als gevolg van de verzochte echtscheiding een bestaand vooruitzicht op uitkeringen aan de andere echtgenoot na vooroverlijden van de echtgenoot die het verzoek heeft gedaan zou teloorgaan of in ernstige mate zou verminderen, en de andere echtgenoot deswege tegen dat verzoek verweer voert, kan deze niet worden toegewezen voordat daaromtrent een voorziening is getroffen die, gelet op de omstandigheden van het geval, ten opzichte van beide echtgenoten billijk is te achten. De rechter kan daartoe een termijn stellen.
- 2Het eerste lid is niet van toepassing:
- a.indien redelijkerwijs te verwachten is dat de andere echtgenoot zelf voor dat geval voldoende voorzieningen kan treffen;
- b.indien de duurzame ontwrichting van het huwelijk in overwegende mate te wijten is aan de andere echtgenoot.
Samenvatting
Twee Franse mensen woonachtig in Nederland gaan scheiden. Dat is in ieder geval wat de man wil. De man heeft een EPO (European Patent Office) – pensioenregeling. Waarom het pensioenverweer slaagt:
- Volgens het pensioenreglement ontvangt de vrouw na de alimentatieperiode (5 jaar) geen partnerpensioen mocht haar ex komen te overlijden. De hoogte van het partnerpensioen stelt zij op € 4.500 per maand. Hij betwist de hoogte van het partnerpensioen onvoldoende (ECLI:NL:RBDHA:2026:2163).
- Daarnaast moet zij op het moment van overlijden van haar ex-man alimentatie-gerechtigd zijn. De man zegt dat zij geen recht op alimentatie heeft, de rechtbank gaat daar niet in mee.
- De uitzondering van lid 2 (waar de man zich op beroept) is niet van toepassing. De vrouw is door een ernstige ziekte (borstkanker) niet in staat te werken. Zij heeft dit onderbouwd met een rapport van haar behandeld arts.
Kortom de vrouw komt met voldoende bewijzen en meneer onderbouwt zijn stellingen onvoldoende.
Bijgewerkt op 11 februari 2026.
11 februari 2026