Menu

Samenloop pensioen en WW

Een samenloop van pensioen en WW is meestal nadelig. Een pensioen kort nou eenmaal een WW-uitkering. Uitzonderingen kunnen uitkomst bieden, maar vanaf wanneer?

Pensioen kort WW, moest het UWV anticiperen op een ruimer toekomstig uitzonderingsbeleid? 

Een werknemer laat na ontslag zijn prepensioen ingaan. Hij wil zich niet volledig uit het arbeidsproces terugtrekken en gaat weer een arbeidsovereenkomst aan. Als ook deze arbeidsovereenkomst eindigt, kort het UWV de uit dit laatste dienstverband voortvloeiende WW-uitkering niet met de reeds ingegane (pre)pensioenuitkering. Althans, dat zijn de spelregels vanaf 1 mei 2018. Voor deze datum werd de WW-uitkering nog wel gekort als de verschillende dienstbetrekkingen elkaar in tijd opvolgden.

De beschreven situatie overkwam een werknemer. Hij was vanaf 1 januari 2011 tot 28 februari 2013 werkzaam bij bedrijf X, vanaf maart 2013 ontving hij een prepensioen om vervolgens vanaf juni 2013 in dienst te treden bij Y. Het dienstverband met Y eindigde drie jaar later waarna de inmiddels gewezen werknemer een WW-uitkering aanvroeg. Het UWV wees de uitkering af. 

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) liet op 24 mei 2018 weten dat gewezen werknemers met een eerste WW-dag op of na 1 mei 2018 van de gunstigere bepalingen profiteren. Tevens zullen reeds lopende WW-uitkeringen met ingang van 1 mei 2018 worden aangepast. Niet terugwerkend. Zie ook mijn eerdere nieuwsbericht van juni 2018 toen deze wetswijziging net in werking was getreden.

Rechtbank

De werknemer beroept zich op de eerder aangekondigde en voor hem gunstige wijziging. Echter in hetzelfde jaar is de aangekondigde wijziging met terugwerkende kracht ongedaan gemaakt zodat toen de werknemer ruim een half jaar later werd ontslagen de op dat moment geldende wettelijke bepalingen duidelijk waren. 

Centrale Raad van Beroep

De Centrale Raad van Beroep (ECLI:NL:CRVB:2019:628) in hoger beroep: ‘De bedoelde wijziging van artikel 3:5, zevende lid, van het AIB en de toevoeging van het achtste lid zijn per 1 mei 2018 in werking getreden (Stb. 2018, 121). Aan deze regeling is geen terugwerkende kracht toegekend’. Er heeft een belangenafweging plaatsgevonden en de materiële wetgever heeft de datum van inwerkingtreding uitdrukkelijk onder ogen gezien. ‘Daarbij is inwerkingtreding op een korte termijn overwogen, maar de niet-uitvoerbaarheid van een eerdere invoering in verband met de bij het Uwv beschikbare capaciteit heeft ertoe geleid dat welbewust is gekozen voor een inwerkingtreding in de toekomst. De regering is op dat punt door het parlement niet gecorrigeerd of opgeroepen tot een andere benadering. Er is geen grond om te oordelen dat de materiële wetgever niet in redelijkheid tot het besluit tot latere inwerkingtreding heeft kunnen besluiten’.

Uitstel leidt hier niet tot afstel van de uitbreiding van de uitzonderingsmogelijkheden. Het anticiperen op is echter een brug te ver. Vanaf 1 mei 2018 zou ook in deze zaak het pensioen in geval van samenloop de WW niet korten.  

Eerder verschenen artikel gerelateerd aan dit onderwerp: