Menu

Totstandkoming pensioenregeling

Totstandkoming pensioenregeling is het derde deel van een serie van negen artikelen die samen een kennisbank vormen.

Heeft de werkgever zelf de vrijheid te bepalen of hij een pensioenregeling aanbiedt en zo ja wat voor een pensioenregeling? Het is belangrijk dat een werkgever nagaat of er reeds voor hem is gekozen op basis van een cao, ledenprotocol of de Wet bedrijfstakpensioenfonds 2000. Anders gezegd, de pensioenovereenkomst kan van rechtswege tot stand komen. Door bijvoorbeeld de aard van de werkzaamheden, de omzet van de organisatie of de van toepassing zijnde cao kan er sprake zijn van een verplichte aansluiting bij een bedrijfstakpensioenfonds. Dan valt er niets te kiezen: een representatieve vertegenwoordiging van sociale partners heeft eerder voor de bedrijfstak gekozen en om een verplichtstelling gevraagd, waarna de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid deze heeft bevestigd.

Is er reeds voor de werkgever gekozen of mag hij zelf bepalen wel of geen pensioenregeling aan te bieden?

Verplichtstelling of vrijheid

Voordat de werkgever werknemers aanneemt is het verstandig na te gaan of er een eventuele verplichtstelling van toepassing is. Als de werkgever of het pensioenfonds later ontdekt dat de organisatie al vele jaren onder de reikwijdte van het fonds valt, zal het bedrijfstakpensioenfonds de premie over al deze jaren op de werkgever verhalen. Ook al geldt voor de werknemers ‘geen premie, wel pensioen’, het pensioenfonds houdt de werkgever aan de premieverplichting. De premieverplichting verjaart niet voor de werkgever.

Daarnaast is een periodieke controle geen overbodige luxe. Zeker als de bedrijfsactiviteiten of het verplichtstellingsbesluit wijzigt. Het onderzoek dat uitwijst of de organisatie onder de werkingssfeer van een verplicht gesteld pensioenfonds valt, heet een werkingssfeeronderzoek.

Werkingssfeeronderzoek

Het is goed als de SBI-code opgenomen in het KVK-uittreksel aansluit op de feitelijke werkzaamheden. Of de omschrijving bij de belastingdienst. Echter uiteindelijk geeft de ‘match’ met de feitelijke werkzaamheden en de omschrijving in het verplichtstellingsbesluit de doorslag.

De feitelijke werkzaamheden, daar gaat het om.

Een werkingssfeeronderzoek, uitgevoerd door een deskundige die geen belang bij de uitkomst heeft, geeft een goede indicatie. De verplichtstellingbesluiten van meerdere pensioenfondsen worden bestudeerd, wat zijn de feitelijke werkzaamheden, welke werkzaamheden zijn ondersteunend, in welke verhouding en sinds wanneer zijn de werkzaamheden eventueel gewijzigd? Vragen die moeten worden beantwoord.

Duidelijkheid

Het komt regelmatig voor dat het niet duidelijk is of de organisatie wel of geen keuze heeft. Veel bedrijven leveren producten en/of diensten waarvan de dagelijkse uitwerking niet volledig aansluit op de tekst in het verplichtstellingsbesluit. Wat en wie geeft de doorslag? Heeft de werkgever en/of zijn adviseur de tekst wel juist geïnterpreteerd? Als de werkgever en het pensioenfonds er niet uitkomen kan de rechter om een oordeel worden gevraagd. Zoals bij de discussie tussen het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Koopvaardij versus Greenpeace.

Voorbeeld

Zijn de schepen van Greenpeace pleziervaartuigen? Volgens Greenpeace en de kantonrechter wel. In het verplichtstellingsbesluit van het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Koopvaardij staan uitzonderingen waaronder pleziervaartuigen. Het pensioenfonds stelt dat de schepen van Greenpeace niet voor het plezier worden ingezet. Volgens Greenpeace zijn het wel pleziervaartuigen. De kantonrechter geeft Greenpeace gelijk mede omdat in het kader van het “open-armenbeleid” de Nederlandse overheid eerder bereid was om zeeschepen van organisaties met ideële doelen te beschouwen als pleziervaartuigen, zodat zij een zeebrief konden krijgen.

In hoger beroep oordeelt het hof anders. Het hof past de cao-norm toe. Deze norm houdt in dat ‘bij de uitleg van de werkingssfeerbepaling de bewoordingen daarvan, gelezen in het licht van de gehele tekst van het verplichtstellingsbesluit en een eventuele toelichting daarop, in beginsel van doorslaggevende betekenis zijn‘. 

Het verplichtstellingsbesluit verstaat onder een zeeschip: schepen als bedoeld in art. 8:2 BW. Nu de schepen van Greenpeace zijn geregistreerd in het Nederlandse scheepsregister vallen zij volgens het hof onder deze definitie. Verder bieden de Zeebrievenwet, de Wet Zeevarenden en de Schepenwet geen aanknopingspunt voor de juistheid van de stelling van Greenpeace dat onder “pleziervaartuig” mede begrepen dienen te worden schepen als die van Greenpeace.
 
Gevolg: Greenpeace valt door deze uitspraak al jaren onder het verplichtstellingsbesluit van het bedrijfstakpensioenfonds en daar kan niet per collectieve arbeidsovereenkomst vanaf worden geweken.


 
De schepen van Greenpeace dienen een hoger doel dan plezier!

Dispensatie

Het kan zijn dat het verplicht gestelde pensioenfonds vrijstelling moet verlenen omdat de verplichtstelling pas later door de bedrijfstak is aangevraagd en de eigen pensioenregeling al minimaal zes maanden van kracht was. Of dat er sprake is van een eigen cao of dat de beleggingsrendementen van het pensioenfonds over een periode van 5 jaar onvoldoende zijn. Zo maar een paar redenen die ervoor kunnen zorgen dat de werkgever dispensatie kan krijgen. Bij dispensatie moet de eigen pensioenregeling gelijkwaardig aan de pensioenregeling van het verplicht gestelde pensioenfonds zijn (of worden gemaakt). Dispensatie kan voordelen opleveren. Vooral bij een werkgever met een relatief jong deelnemersbestand. Het voordeel komt als volgt tot stand:

Bij een bedrijfstakpensioenfonds betalen jonge en oudere deelnemers dezelfde premie en bouwen zij bij een gelijk inkomen hetzelfde pensioen op. Echter actuarieel gezien is de kostprijs voor jongere werknemers lager omdat hun premie langer kan renderen. Toch passen pensioenfondsen tot de invoering van het nieuwe pensioenstelsel deze doorsneesystematiek toe. Op deze manier betalen de ouderen te weinig en de jongeren te veel. Dat gaat wijzigen, na voltooiing van de pensioentransitie zorgt dezelfde premie voor een hoger pensioen voor de jongeren. Anders gezegd:

Een jong deelnemersbestand kan gelijkwaardig zijn tegen een lagere premieverplichting.

Dat is interessant. Meer informatie is te lezen in het artikel ‘Gedispenseerde pensioenregeling‘.

Pensioenovereenkomst, uitvoeringsovereenkomst, pensioenreglement

Bij een pensioen komen er gelijktijdig meerdere overeenkomsten tot stand: Een pensioenovereenkomst, een uitvoeringsovereenkomst en een pensioenreglement. De afspraken over en weer kunnen worden weergegeven in een driehoek.

Pensioendriehoek – Pensioenlogica
  1. Een pensioenovereenkomst is de overeenkomst tussen werkgever en werknemer en is onderdeel van de arbeidsovereenkomst.
  2. Het pensioen moet buiten het bedrijf worden ondergebracht bij een pensioenuitvoerder. Dat schrijft de Pensioenwet en de Wet op de loonbelasting 1964 voor. Pensioenuitvoerders zijn pensioenfondsen, verzekeraars en premiepensioeninstellingen. Meer daarover in het vijfde deel van deze serie. De afspraken tussen werkgever en pensioenuitvoerder worden vastgelegd in een uitvoeringsovereenkomst. Of in een uitvoeringsreglement. Bij een verplicht gesteld pensioenfonds of als de werkgever tevens pensioenuitvoerder is, is er geen sprake van een uitvoeringsovereenkomst maar van een uitvoeringsreglement. Er is ook sprake van een uitvoeringsreglement als een algemeen pensioenfonds een beëindigde pensioenregeling uitvoert. De pensioenovereenkomst is dan namelijk nog niet uitgewerkt, dat is de pensioenovereenkomst pas als de laatste uitbetaling heeft plaatsgevonden. Tot die tijd moet het kapitaal veilig worden beheerd.
  3. Het pensioenreglement is in overeenstemming met de pensioenovereenkomst en de uitvoeringsovereenkomst.

Pensioenvrijheid en het budget

Als de organisatie niet onder een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds valt, geniet de werkgever de vrijheid zelf de keuze te maken of hij wel of geen pensioenregeling aanbiedt. En zo ja tegen welke prijs. 

Het beschikbare budget bepaalt in grote mate de kwaliteit van de regeling. Dus hoeveel stelt de werkgever voor deze belangrijke arbeidsvoorwaarde ter beschikking? En hoeveel zijn de werknemers bereid aan het pensioen mee te betalen? Overleg gewenst over de inhoud en de kosten. Met de werknemers, personeelsvertegenwoordiging, ondernemingsraad (instemmingsrecht) of sociale partners. Om te kunnen beslissen moeten de inhoud en de kosten duidelijk zijn. Over de inhoud van een pensioenregeling gaat het vierde deel van deze reeks.  

Vragen? Neem gerust contact op. 

Bijgewerkt op 5 november 2021.