Menu

Prepensioen kort WW

Op 29 april 2024 sprak de kantonrechter (ECLI:NL:RBMNE:2024:3149) zich uit over een gepensioneerde die naast zijn pensioen wil blijven werken en een WW-uitkering ontvangt totdat hij weer een baan vindt. In ieder geval is dat de wens van de gepensioneerde, een prepensioen én een volledige WW-uitkering ontvangen. Het korten van de WW-uitkering met prepensioen vindt de gepensioneerde niet redelijk, niet logisch en onbillijk. Dat mag hij vinden echter het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) denkt daar anders over. Terecht, tenzij de gepensioneerde en tevens werkzoekende met succes een beroep kan doen op één van de drie uitzonderingsmogelijkheden. In deze samenvatting onderbouw ik waarom zijn beroep op deze uitzonderingsmogelijkheden niet slaagt. Daarnaast kent het Algemeen Inkomensbesluit socialezekerheidswetten (AIB) geen hardheidsclausule waar hij gebruik van wil maken.

Uitzonderingsmogelijkheden AIB

In onder andere het artikel Pensioen en WW bespreek ik uitgebreid de uitzonderingsmogelijkheden. Door deze uitspraak komt er weer een voorbeeld bij. In het onderstaande schema zijn de uitzonderingen samengevat.

Pensioen kort WW soms niet

Een inkomen in verband met arbeid wordt met een WW-uitkering verrekend. Inkomen in verband met arbeid is volgens de WW onder andere: een periodieke uitkering vanuit een dienstbetrekking die wordt uitgekeerd bij wijze van oudedagsvoorziening, dan wel een uitkering die daaraan of aan het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd voorafgaat. Pensioen en prepensioen vallen onder deze beschrijving en korten daardoor een WW-uitkering.

Uitzonderingen niet van toepassing

  • Werknemer heeft geen arbeidsuren uit dezelfde dienstbetrekking eerder ingeruild en is niet minder gaan werken;
  • Het prepensioen is niet ingegaan voor aanvang van de laatste dienstbetrekking. De laatste dienstbetrekking waaruit werknemer werkloos is geworden is namelijk in 2007 ingegaan, het prepensioen pas in 2019; en
  • Werknemer heeft niet eerder een WW-uitkering ontvangen waarbij het prepensioen al in aanmerking is genomen voor de WW-uitkering.

Hardheidsclausule

Gepensioneerde beroept zich op een hardheidsclausule. Deze kent het AIB echter niet. Anders zou een beroep het proberen waard zijn geweest afhankelijk van alle omstandigheden van het geval.

Anticiperen op de nieuwe pensioenwetgeving

Ik vraag me af hoe vaak een beroep op een hardheidsclausule zin heeft. Zelf heb ik een paar jaar geleden een pensioenfonds gevraagd te anticiperen op de nieuwe pensioenwetgeving en een nieuwe deelnemer wel een partnerpensioen aan te bieden ondanks het feit dat de samenwoner geen notariële samenlevingsovereenkomst had. Een notariële samenlevingsovereenkomst is nog steeds de eis van dit pensioenfonds (PMT) om voor een nabestaandenpensioen in aanmerking te komen totdat de nieuwe solidaire premieregeling van kracht wordt. Vanaf inwerkingtreding van het nieuwe pensioenstelsel is een samenlevingsverklaring zonder notariële bemoeienis voldoende. Het pensioenfonds ging akkoord. De deelnemer leeft overigens nog in prima gezondheid. Stel, ik zou er niet om hebben gevraagd en de deelnemer zou overlijden dan kan het pensioenfonds zich beroepen op het pensioenreglement dat altijd leidend is.

De stand van zaken qua implementatie van de nieuwe pensioenregeling bij PMT beschrijf ik in het artikel PMT vernieuwd. In overige gevallen zie ik het verzoek op een hardheidsclausule bij pensioen niet snel slagen. Als u voorbeelden heeft waarbij het wel is gelukt dan hoor ik deze graag.

Voor andere specifieke pensioenvraagstukken word ik als onafhankelijk pensioenadviseur graag ingeschakeld. Contact

Bijgewerkt op 11 juni 2024.