Menu

Pensioenoplossing ZZP’ers

In dit artikel maak ik een schets voor een mogelijke pensioenoplossing voor zelfstandigen zonder personeel (ZZP’ers). De aanleiding daartoe vormen eerdere berichten van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het CBS meldde op 16 april 2020 dat 1 op de 5 ondernemers weinig financiële buffers heeft, een eerder onderzoek van hetzelfde bureau toonde aan dat 1 op de 4 niets voor later reserveert. Een ander interessant onderzoek is:  Zwinkels et al. (2017) Zelfstandigen zonder pensioen?, ESB, 102/4750.

Hoe kunnen we meedenken aan een pensioenoplossing voor alle ZZP’ers? Een extra inkomen bovenop de toekomstige AOW-uitkering. Want alleen een AOW-uitkering is geen luxe.

Pensioenakkoord

In het pensioenakkoord dat op 5 juni 2019 tot stand kwam zijn er wel afspraken gemaakt over een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering maar niet over een verplichte pensioenreservering. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid schrijft aan de Tweede Kamer:

‘Zelfstandigen hebben diverse mogelijkheden om te sparen voor het pensioen, maar zij maken daar slechts beperkt gebruik van’.

Mogelijkheden

Het is inderdaad zo dat ZZP’ers en anderen op meerdere manieren voor later kunnen sparen. Zoals:

  • een bankspaarrekening;
  • beleggingsrekening;
  • lijfrentevoorziening;
  • fiscale oudedagsreserve; en
  • mogelijk een vrijwillige voortzetting in de oude werknemerspensioenregeling etc.

Welke mogelijkheid het beste aansluit is volledig afhankelijk van de persoonlijke situatie van de ondernemer.

‘Hoe’ is minder belangrijk. Dat er in voldoende mate wordt gespaard daar gaat het om. Uit een ander onderzoek blijkt dat bijna 2/3 van de zelfstandigen wel sparen voor later maar niet hoeveel ze sparen. Dat is niet onderzocht. Dat volgens hetzelfde onderzoek te weinig gebruik wordt gemaakt van de fiscale mogelijkheden baart mij geen zorgen. Fiscale voordelen leveren later ook weer verplichtingen op. Het is afhankelijk van iemands persoonlijke situatie of het uitstellen van belastingheffing (en premie volksverzekeringen) zin heeft. Een ouderwetse spaarrekening kan ook prima aan iemands wensen voldoen. Hoeveel, dat is de vraag.

‘Hoeveel’ is er voor later nodig?

Hoeveel er moet worden gespaard is afhankelijk van het huidige bank-, beleggingssaldo, lijfrentevoorzieningen, eerdere pensioenopbouw, de persoonlijke wensen en situatie (leningen, hypotheek, kans op een erfenis) etc.

Er wordt veel duidelijk na het maken van een financieel plan. Echter de uitkomst (een toekomstige spaarverplichting) kan de zelfstandig ondernemer beïnvloeden door zijn financiële wensen voor later dusdanig te verlagen dat hij alsnog niet of nauwelijks hoeft te sparen. Hoe bepalen we dan een minimale inleg?

Een mogelijke oplossing

Pensioen kent in Nederland het zogenoemde E.E.T. – systeem.

  • de belastingheffing en afdracht premie volksverzekeringen worden uitgesteld (Exempt);
  • over het vermogen wordt tijdens de opbouwperiode geen belasting betaald (Exempt); en
  • de uitkeringen zijn pas belast op pensioendatum (Taxed).

Het bovenstaande systeem kan de directeur-grootaandeelhouder (pensioen) respectievelijk een ZZP’er (lijfrentevoorziening) voor zichzelf toepassen.

Een directeur-grootaandeelhouder (DGA) of ZZP’er kan ook ‘andersom’ sparen; Taxed, Exempt, Exempt. Op een geblokkeerde beleggings- en/of bankrekening. Eerder is er al belasting (en premie volksverzekeringen) betaald, er is niets uitgesteld. Na het direct afrekenen van de belasting en de premie volksverzekeringen kiest de DGA of ZZP’er ervoor in privé (verder) te sparen/beleggen. De pensioenreservering mag niet eerder worden opgenomen. Het vermogen is vrijgesteld van vermogensrendementsheffing. Vanaf pensioendatum zijn ook de uitkeringen onbelast.

Een richtbedrag   

Een richtbedrag zou het jaarlijks vast te stellen pensioentekort kunnen zijn: de jaarruimte. Eenvoudig te berekenen bij de aangifte inkomstenbelasting. De ondernemer is dus vrij waarin hij belegt/spaart.

Maar wat als de ZZP’er al voldoende vermogen bij elkaar heeft gespaard?

Dan is een vrijstelling voor deze ondernemer op zijn plaats. Het vermogen dat er nodig is om voor de resterende opbouwperiode minimaal aan het richtbedrag te voldoen kan worden vrijgesteld van vermogensrendementsheffing. Een compensatie omdat hij er niet eerder bij kan. Tevens sluit dit aan bij het E.E.T. – systeem. Als er al eerder belasting over is betaald is er in deze constructuctie dus sprake van een T.E.E.-systeem.

Andere ideeën?

De in dit artikel geschetste pensioenoplossing voor de ZZP’er zorgt ervoor dat de concurrentiepositie onderling niet verslechtert.  Iedere ondernemer doet immers mee. ‘Hoe’, daar is de ondernemer vrij in. Daarnaast neemt het inkomen en welzijn voor later collectief toe.

Het gaat erom dat er een pensioenoplossing voor ZZP’ers (en eventueel DGA’s) komt. Daar is een ieder bij gebaat.  Voor later en eigenlijk ook voor op korte termijn. Echter de korte termijn is niet mijn vakgebied. Later wel.

Betere/ andere ideeën? Ik hoor ze graag. Bijvoorbeeld via het contactformulier.

Klik hier voor meer informatie over ‘verplichte pensioenopbouw ZZP-er’.

Bijgewerkt op 22 april 2020.