Menu

Pensioenvoorziening en transitievergoeding?

Is de pensioenvoorziening(en) gelijkwaardig aan een transitievergoeding? Als dat zo is ontvangt de werkneemster in kwestie als pensioenvoorziening  een arbeidsongeschiktheidspensioen en een premievrije pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid maar geen transitievergoeding. Als de pensioenvoorziening gelijkwaardig aan een transitievergoeding is, scheelt het de werkgever € 53.111,94. In eerdere nieuwsberichten is dit onderwerp uitgebreid aan bod gekomen. In juli 2019 sprak het Hof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2019:5951) zich er voor andere partijen wederom over uit.

Samengevat:

Een werkneemster krijgt op basis van een cao vanaf het derde ziektejaar een aanvulling op de WIA-uitkering. Tevens wordt de pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid premievrij voortgezet. De hoogte van de voortzetting is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid. In de cao staat dat de aanvullingen en de pensioenopbouw bij ziekte gelijkwaardig zijn aan de transitievergoeding zoals bedoeld in artikel 7:673b BW. Eenzelfde tekst stond ook in eerdere cao’s, alleen de passage over de ‘gelijkwaardige voorziening’ is later opgenomen.

Volgens het hof:

  • Het gaat om een secundaire arbeidsvoorwaarde die is getroffen voor arbeidsongeschiktheid ontstaan tijdens het dienstverband. De voorziening is afhankelijk van de arbeidsongeschiktheid. Zolang daar sprake van is loopt de dekking door, ook na beëindiging dienstverband; en
  • ‘In deze situatie kan naar het oordeel van het hof niet worden gezegd dat de pensioenvoorziening een voorziening betreft die gelijkwaardig is aan de transitievergoeding, zoals bedoeld in artikel 7:673b, lid, BW; de voorziening betreft niet een voorziening die is getroffen voor het geval de arbeidsovereenkomst met [verzoekster] wordt beëindigd. Daarbij merkt het hof nog op dat de aanspraak op de voorziening voor [verzoekster] ook al is ontstaan in 2012, terwijl de beëindiging van het dienstverband pas in 2018 heeft plaatsgevonden. Toen de aanspraak ontstond was, naar kan worden aangenomen, dus in het geheel nog niet duidelijk dat het dienstverband ook zou worden beëindigd’. Opmerking Dirk-Jan Plate: De Hoge Raad schreef eerder dat een voorziening die al vóór 1 juli 2015 (voor de inwerkingtreding van de Wet Werk en Zekerheid) in een op dat moment tussen partijen geldende cao is opgenomen niet een aan de wettelijke transitievergoeding gelijkwaardige voorziening uitsluit.

De Hoge Raad:

Waar het hof en de Hoge Raad eensluidend over zijn is dat het aan de rechter is of een in een cao opgenomen voorziening gelijkwaardig is. Dat cao-partijen de voorziening als gelijkwaardig hebben aangemerkt is slechts een aanwijzing, net zoals alle omstandigheden van het geval.

Tevens overwoog de Hoge Raad op 29 maart 2019 (ECLI:NL:HR:2019:449) het volgende om een voorziening als gelijkwaardig aan te merken:

  • er moet sprake zijn van een individuele gelijkwaardigheid;
  • in welke mate worden ‘niet als voorwaarde, maar als factor’ de doelstellingen van de transitievergoeding bereikt? De doelstellingen van de transitievergoeding zijn het bevorderen van-werk-naar-werk én een ontslagcompensatie bieden; en
  • het is niet vereist dat de cao-voorziening de werkloosheidsperiode wil beperken of voorkomen.

Terugkomend op de titel van dit nieuwsbericht; de werkneemster ontvangt én een pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid én een transitievergoeding van € 53.111,94.