Menu

Leeftijdsonderscheid werknemersbijdrage

De kantonrechter sprak zich op 18 augustus 2021 (ECLI:NL:RBGEL:2021:4492) uit over het vraagstuk waar het College voor de rechten van de mens (CRM), voorheen de Commissie Gelijke Behandeling (CGB), zich ook vaker over heeft gebogen:

Is het onderscheid dat het gevolg is van een met de leeftijd oplopende werknemersbijdrage objectief gerechtvaardigd? Anders gezegd: onder welke condities is een leeftijdsonderscheid op het gebied van de werknemersbijdrage voor het pensioen toegestaan?

Wanneer is er sprake van een verboden onderscheid?

Als er bijvoorbeeld sprake is van een premieovereenkomst met een leeftijdsafhankelijke staffel en de werknemer betaalt de helft dan houdt een oudere werknemer met hetzelfde salaris minder loon over. Er is dan sprake van een beloningsonderscheid. Artikel 3 onder e WGBLA verbiedt onderscheid in arbeidsvoorwaarden.

De premie die voor een jongere werknemer wordt ingelegd kan langer renderen. De manier om toch een vergelijkbaar pensioen op te bouwen is het gebruikmaken van een leeftijdsafhankelijke staffel; hoe ouder hoe hoger de premie om de kortere beleggingsperiode te compenseren. De werkgever betaalt de totale premie en spreekt vervolgens met de werknemers een vaste, leeftijdsafhankelijke of geen bijdrage af.

Stel, het salaris is voor een 30 jarige gelijk aan het salaris van zijn 50 jarige collega. Hoeveel draagt de 30 jarige bij aan zijn pensioen? De berekening is als volgt:

Pensioengevend salaris                € 40.000

Franchise                                         € 15.000

Verschil (pensioengrondslag)      € 25.000

De 30 jarige werknemer betaalt 50% van 9,9% conform zijn leeftijdscohort. Dat is 4,95% x € 25.000 = € 1.237,50 per jaar.

Zijn 50 jarige collega die hetzelfde verdient betaalt een hoger percentage. Namelijk 50% van 18,1%. Dat is 9,05% x € 25.000 = € 2.262,50 per jaar. Hier hebben we te maken met een beloningsonderscheid. Voor de goede orde: de werkgever is voor deze oudere werknemer dus ook meer kwijt.  

Grafisch ziet de totale bijdrage en het deel van de werknemers er volgt uit:

Leeftijdsonderscheid premie

Leeftijdsonderscheid premie

Commissie Gelijke Behandeling

De CGB heeft eerder op 10 september 2009 (nr. 2009-89, PJ 2009/185) het volgende over dit onderscheid gezegd:

De doelen zijn legitiem: een adequate pensioenopbouw én het voorkomen dat de kosten van het werkgeversdeel van de premie zo hoog oplopen dat het (te) onaantrekkelijk wordt om oudere werknemers in dienst te nemen. Echter volgens de Commissie kunnen deze doelen ook met een alternatief worden bereikt zonder onderscheid te hoeven maken. Gevolg: geen objectieve rechtvaardiging.

Objectief gerechtvaardigd  

De kantonrechter oordeelt ook dat er sprake is van een legitiem doel.

Echter zijn de middelen voor het bereiken van het doel passend en noodzakelijk? Een alternatieve oplossing is door de eiser (werknemer) niet dan wel onvoldoende gemotiveerd gesteld. Mede daardoor is het leeftijdsonderscheid in deze zaak wel objectief gerechtvaardigd en is een met de leeftijd oplopende werknemersbijdrage toegestaan.

Bijgewerkt op 18 augustus 2021.