Menu

Geen transitievergoeding aan de gerechtigde van een onvolledige AOW–uitkering bij pensioenontslag

Door Dirk-Jan Plate 

Op 4 juli 2018 liet de rechtbank Midden-Nederland (ECLI:NL:RBMNE:2018:3064) zich uit over de vraag of een gerechtigde van een onvolledige AOW-uitkering recht heeft op een transitievergoeding indien de beëindiging van de arbeidsovereenkomst verband houdt met het bereiken van de AOW-leeftijd. Een onvolledige AOW-uitkering kan ontstaan doordat een gerechtigde niet altijd ingezetene (waardoor niet verzekerd) is geweest. De Hoge Raad oordeelde op 20 april 2018 (ECLI:NL:HR:2018:651) dat het niet toekennen van een transitievergoeding aan een werknemer die op of ná de AOW-gerechtigde leeftijd wordt ontslagen geen verboden leeftijdsonderscheid is. Dat sommige werknemers geen volledige AOW-uitkering hebben opgebouwd, brengt volgens de Hoge Raad niet mee dat ‘op de legitieme belangen van deze werknemers op excessieve wijze inbreuk wordt gemaakt’.

De Hoge Raad (3.3.11 en 3.3.12):

‘De wetgever heeft bij de totstandkoming van dit stelsel de belangen van de diverse te onderscheiden groepen (werkgevers, oudere werknemers, jongere werknemers) tegen elkaar afgewogen. De uitkomst daarvan is dat een arbeidsovereenkomst zonder inhoudelijke toets en zonder kosten voor de werkgever moet kunnen eindigen op het moment dat de werknemer de AOW-leeftijd heeft bereikt. Daarbij is van belang dat deze werknemer, ter compensatie van het wegvallen van zijn inkomen uit arbeid, in het algemeen aanspraak kan maken op een AOW-uitkering, die in voorkomend geval wordt aangevuld met een in dienstverband opgebouwde pensioenuitkering. Tegen de achtergrond van dit door de wetgever ontworpen stelsel brengt het feit dat sommige werknemers geen volledige AOW-uitkering hebben opgebouwd, niet mee dat op de legitieme belangen van deze werknemers op excessieve wijze inbreuk wordt gemaakt. De aanspraak op en de hoogte van de AOW-uitkering houden geen verband met het verricht hebben van arbeid (al dan niet in dienstverband). Voor werknemers die geen volledige AOW-uitkering hebben opgebouwd, geldt dat zij, onder voorwaarden, een beroep kunnen doen op de vangnetvoorziening van de aanvullende inkomensvoorziening ouderen (zie art. 47a Participatiewet)’.