Menu

Gedispenseerde pensioenregeling

Een gedispenseerde pensioenregeling gelijkwaardig aan een pensioen ondergebracht bij een bedrijfstakpensioenfonds kan voordelen bieden. De voordelen, vrijstellingsgronden, regels en eventuele solidariteitsbijdrage (verzekeringstechnisch nadeel) worden in dit artikel besproken. Ter voorbereiding als een werkgever de keuze heeft een gedispenseerde pensioenregeling aan te bieden en/of voort te zetten (rekening houdende met het nieuwe pensioenstelsel).

Snellinks zodat u sneller het te wensen onderwerp bereikt:

Werkingssfeeronderzoek

Het is voor een werkgever belangrijk tijdig na te gaan of hij op basis van een al dan niet algemeen verbindend verklaarde cao en/of op basis van de Wet bedrijfstakpensioenfonds 2000 verplicht is aangesloten bij een bedrijfstakpensioenfonds. Het onderzoek dat duidelijkheid geeft heet een werkingssfeeronderzoek.

Praktijk en theorie met elkaar vergelijken

Bij een werkingssfeeronderzoek worden de feitelijke werkzaamheden vergeleken met de verplichtstellingbesluiten van eventueel meerdere pensioenfondsen, zijn er andere werkzaamheden die de onder de verplichtstelling vallende werkzaamheden ondersteunen en zo ja in welke verhouding, is er sprake van een cao, ledenprotocol, hebben zich wijzigingen in de werkzaamheden voorgedaan, wat leert jurisprudentie ons enzovoort. U leest het al, specialistisch en boeiend werk uit te voeren door een onafhankelijk pensioenadviseur. Een adviseur die geen belang bij de uitkomst heeft.   

Een objectieve conclusie is een absolute noodzaak

Uit het werkingssfeeronderzoek kan blijken dat er:

  1. geen verplichtstelling van toepassing waardoor een eigen pensioenregeling mogelijk is;
  2. een verplichte aansluiting bij een bedrijfstakpensioenfonds geldt; of
  3. een gedispenseerde pensioenregeling is toegestaan.

De verschillende opties in het kort toegelicht:

1. Eigen pensioenregeling of helemaal geen pensioenaanbod

Als er geen verplichtstelling geldt, kan er voor een eigen pensioenregeling worden gekozen. Of de werkgever kiest er bewust voor geen pensioenregeling aan te bieden. Belangrijk om het niet aanbieden van een pensioenregeling goed te communiceren.

Kunnen werknemers er ook voor kiezen het aanbod van de werkgever niet te accepteren? Dat zij afstand van pensioen doen door het tekenen van een afstandsverklaring? Het niet accepteren van een pensioenaanbod is in de praktijk alleen bij hoge uitzondering mogelijk. Bijvoorbeeld voor gemoedsbezwaarden. Meer over dit onderwerp en de risico’s is te lezen in het artikel ‘Pensioencommunicatie‘.

2. Verplichte aansluiting bedrijfstakpensioenfonds

Als er sprake is van een verplichte aansluiting bij een bedrijfstakpensioenfonds is de volgende vraag vanaf ‘wanneer’ daar sprake van is. Belangrijk dat het pensioenfonds de juiste aansluitdatum hanteert al is het alleen maar omdat de werknemers zich rechtstreeks bij het fonds kunnen melden voor hun pensioenaanspraken. Voor de voormalige en huidige werknemers geldt: ‘geen premie, wel recht’. Met andere woorden: zij krijgen pensioen zonder ervoor te betalen. Het pensioenfonds gaat vervolgens achter de werkgever aan. Daarom is een werkgever er dus alles aan gelegen op tijd te laten onderzoeken of en indien bevestigd per wanneer hij onder een verplicht gesteld pensioenfonds valt. Meer over een verplichtstelling en werkingssfeeronderzoek is te lezen in het artikel ‘Verplichtstelling pensioenfonds‘.

3. Gedispenseerde pensioenregeling

Dit artikel gaat over de 3e optie, als de werkgever op basis van één van de vrijstellingsmogelijkheden zich niet hoeft aan te sluiten bij een bedrijfstakpensioenfonds. Wel is er dan een gelijkwaardige regeling vereist.

Vrijstellingsgronden verplichte aansluiting

Vrijstelling in verband met:

  • een bestaande pensioenregeling die al voor de aankondiging van de verplichtstelling werd uitgevoerd door een andere pensioenuitvoerder en dat blijft zo;
  • of er is een bestaande pensioenregeling en door een wijziging van de verplichtstelling (uitbreiding werkingssfeer) of wijziging bedrijfsactiviteiten valt de werkgever onder de reikwijdte van het pensioenfonds. Vervolgens komt de werkgever in actie;
  • groepsvorming;
  • eigen cao;
  • netto pensioen;
  • onvoldoende beleggingsrendement (de performancetoets van het verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfonds wijkt over een periode van 5 jaar in aanzienlijk negatieve zin af van de benchmark of het bedrijfstakpensioenfonds voert geen performancetoets uit); en
  • om andere redenen (discretionaire bevoegdheid pensioenfonds, zij bepalen).

Gelijkwaardig

Om een vrijstelling te verkrijgen en te behouden moet het elders ondergebrachte werknemerspensioen gelijkwaardig zijn (qua pensioenuitkomsten) aan de pensioenregeling van het bedrijfstakpensioenfonds. We willen immers voor alle werknemers in dezelfde bedrijfstak een goed pensioen. Dat is de gedachte achter het aanvragen van een verplichtingstelling voor een volledige of een gedeelte van een bedrijfstak. De gelijkwaardigheid moet te allen tijde aanwezig zijn. Er moet sprake blijven van een financiële en actuariële gelijkwaardigheid (art. 7 Vrijstellingsbesluit Wet Bedrijfstakpensioenfonds 2000).

Ook de werkgever kan de pensioenregeling aanpassen. Als de werkgever het pensioen aanpast moet hij een afschrift aan het pensioenfonds zenden. De regeling moet na aanpassing minimaal gelijkwaardig blijven.

Nieuw pensioenstelsel, anticiperen op pensioenwijziging

Stel, de pensioenregeling van het bedrijfstakpensioenfonds wordt verbeterd? De gedispenseerde pensioenregeling moet minimaal gelijkwaardig blijven en dus eventueel worden aangepast. Het is daarom belangrijk dat de werkgever en zijn adviseur de komende jaren de ontwikkelingen met betrekking tot het nieuwe pensioenstelsel in de gaten houden. Het verplicht gestelde pensioenfonds zal de huidige pensioenregeling uiterlijk per 1 januari 2028 aanpassen. Echter op arbeidsvoorwaardelijk gebied moeten uiterlijk 1-1-2025 alle wijzigingen bekend zijn. Een ingrijpende wijziging die van grote invloed zal zijn op de gedispenseerde pensioenregeling. Is er sprake van een solidaire premieregeling (de verwachting) of een flexibele premieregeling, hoe hoog is de premie, hoe wordt de solidariteitsreserve gevuld enzovoort.

Ter behoud van de dispensatie moet de gedispenseerde pensioenregeling minimaal (qua premie) gelijkwaardig blijven.

Hoe blijft de gedispenseerde werkgever tijdig geïnformeerd nu hij vaak geen partij is bij de overleggen tussen de sociale partners? Een onafhankelijk pensioenadviseur kan hem daarbij helpen. Ook bij het antwoord op de vraag of het misschien voor de werkgever en werknemers beter is om zich in de toekomst wel aan te sluiten bij het verplicht gestelde pensioenfonds.

Indexatie pensioenfonds leidt tot hoge bijstortingen

Pensioenfondsen die de laatste jaren vanwege de verbetering van de dekkingsgraden én de soepelere regelgeving konden en (nog steeds) kunnen indexeren hebben grote invloed op de bij andere pensioenuitvoerders ondergebrachte gedispenseerde pensioenregelingen. Dit komt omdat de regelingen gelijkwaardig moeten blijven waardoor een indexatie van het pensioenfonds (waar de werkgever) geen enkele invloed op heeft voor hem tot hoge bijstortingsverplichtingen kan leiden.

Voorbeeld pensioenfonds Bouw 2023 – indexatie pensioenen

Het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid (bpfBouw) heeft in 2022 en 2023 de pensioenen verhoogd. Met 2,57% respectievelijk 14,52%. Om gelijkwaardig te blijven aan de pensioenregeling die bpfBouw uitvoert moeten de gedispenseerde pensioenregelingen die bij verzekeraars lopen ook worden verhoogd. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de kanonrechter op 24 april 2024 (ECLI:NL:RBMNE:2024:2472). De werkgever moet een aanvullende koopsom van € 672.520 betalen. Lees ook het uitgebreide artikel ‘Dispensatie en indexatie‘.

Er zijn uitzonderingen. De uitzonderingen voeren te ver om in dit voorbeeld verder uit te werken en moeten per casus worden bestudeerd. Voor advies kunt u contact met mij opnemen.

Periodieke toetsing

Een gelijkwaardigheidsverklaring moet om de vijf jaar worden opgesteld of eerder bij een wijziging.

Kwantitatief of kwalitatief?

Een kwantitatieve uitwerking om de gelijkwaardigheid te toetsen is de norm tenzij werkgever en bedrijfstakpensioenfonds instemmen met een kwalitatieve toets. Het pensioenfonds zal een kwalitatieve toets sneller toestaan als de pensioenregeling van de werkgever en van het bedrijfstakpensioenfonds dezelfde soorten pensioen kent.

Objectieve beoordeling en verzekeringstechnisch nadeel

Wat de beste keuze is moet objectief worden beoordeeld. Zo lang er sprake is van de doorsneesystematiek kan een werkgever met een relatief jong deelnemersbestand met een eigen pensioenregeling (elders ondergebracht) goedkoper uit zijn. Hoe dat werkt leg ik uit.

Doorsneesystematiek

Deelnemers en werkgevers betalen gedurende de jonge jaren bij een pensioenfonds dat gebruik maakt van de doorsneesystematiek meer premie dan actuarieel noodzakelijk is (het verschil tussen de oranje en blauwe lijn). Vanaf een bepaalde leeftijd (bijvoorbeeld 45 jaar) hebben zij profijt van deze systematiek. Werkgevers met een gemiddeld jong deelnemersbestand kunnen hierdoor bij een verzekeraar of premiepensioeninstelling voordeliger uit zijn dan bij het verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfonds.

Doorsneesystematiek

Verzekeringstechnisch nadeel

Maar let ook op een eventueel verzekeringstechnisch nadeel. Een verzekeringstechnisch nadeel is een solidariteitsbijdrage voor het deel van de premie dat het bedrijfstakpensioenfonds mist omdat jongeren bij een bedrijfstakpensioenfonds een hogere premie betalen dan actuarieel noodzakelijk voor hun eigen pensioenopbouw. Er zijn meerdere gronden die het voor het bedrijfstakpensioenfonds rechtvaardigen een verzekeringstechnisch nadeel te vragen. Dus is het belangrijk u goed te laten adviseren en ook dit item te wegen als het besproken pensioenvraagstuk in uw organisatie speelt. Als onafhankelijk pensioenadviseur kan ik u hierbij van dienst zijn.

Contact

Bijgewerkt op 6 mei 2024.