Menu

Excedent pensioenregeling

Er zijn veel werkgevers verplicht aangesloten bij een bedrijfstakpensioenfonds. Op basis van een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) of de Wet Bedrijfstakpensioenfonds 2000. Bedoeld om concurrentie op de arbeidsvoorwaarde pensioen binnen een sector tegen te gaan én om ook later goed voor de werknemers te zorgen. Dat ‘goed zorgen voor‘ kent verschillende gradaties.

Niet alle verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfondsen bieden namelijk een adequate pensioenregeling aan. Hetzelfde kan voor verzekeraars of premiepensioeninstellingen gelden. Alles kent namelijk zijn prijs, de kwaliteit van de pensioenregeling is afhankelijk van het budget.

Het inkleuren van pensioenvlekken

Er zijn pensioenfondsen waarbij de sociale partners een verplichte pensioenregeling zijn overeengekomen om een zogenoemde witte vlek tegen te gaan. Met een witte vlek wordt een dienstverband bedoeld waar geen pensioen is geregeld. Het voorkomen van een witte vlek is goed echter als de pensioenregeling matig of in ieder geval niet maximaal is, is er sprake van een grijze vlek. Hoe kunnen we de vlekken meer kleur geven (inkleuren) waardoor de pensioenregeling verbetert?

Het inkleuren van de witte of grijze vlekken. Dat is het doel!

Verplichte deelname aan een beperkte pensioenregeling

Ongeveer 40 bedrijfstakpensioenfondsen voeren een verplichte pensioenregeling uit. Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) voor ambtenaren, Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) voor zorgpersoneel enzovoort. Het ABP en PFZW voeren een (bijna) maximale pensioenregeling uit. Er zijn echter ook genoeg pensioenfondsen en andere pensioenuitvoerders die geen maximale pensioenregeling uitvoeren. Bij twijfel is mijn advies door te vragen of een deskundige de regeling voor u te laten bestuderen.

De pensioenopbouw is bijvoorbeeld niet maximaal doordat:

  • niet het volledige loon in aanmerking komt voor de pensioenopbouw;
  • de AOW-franchise (de drempel) hoger is dan het minimum; en/of
  • een lager opbouwpercentage of premie wordt toegepast.

Direct naar een uitgebreidere toelichting op de bovenstaande oorzaken? klik hier.

Een niet maximale pensioenregeling is minder erg als er maar duidelijk over wordt gecommuniceerd. Beter is het natuurlijk als er een praktische pensioenoplossing voor wordt gevonden. Bijvoorbeeld in de vorm van een excedent pensioenregeling.

Kwaliteit pensioenregeling

Gaat u voor een fiscaal maximale pensioenopbouw of een goedkopere regeling?

Fiscaal maximaal

De verschillen ten opzichte van een fiscaal maximale opbouw ontstaan door:

  • Aftopping pensioengevend loon. Het bedrag waarover het pensioen wordt berekend heet de pensioengrondslag. Dat is het verschil tussen het pensioengevend loon en een drempel (AOW-franchise). Het maximaal pensioengevend loon is € 137.800 (2024). Er zijn pensioenfondsen die het maximum aftoppen op iets minder dan de helft (circa € 67.000). Daardoor ontstaat er een verschil in pensioenopbouw.
  • Verschil in AOW-franchise. Daarnaast is de franchise bij een maximaal opbouwpercentage minimaal € 17.545 (2024). Er zijn echter pensioenfondsen die een hogere franchise gebruiken. Door een lager plafond (maximaal pensioengevend loon) en een hogere drempel (AOW-franchise) is de pensioengrondslag lager. Daardoor komt er een lager bedrag voor pensioenopbouw in aanmerking.
  • Verschil in opbouwpercentage. Over de pensioengrondslag mag een deelnemer maximaal 1,875% per jaar aan pensioen opbouwen. Totdat de wijzigingen in verband met het nieuwe pensioenstelsel zijn doorgevoerd. Veel pensioenfondsen gebruiken een lager opbouwpercentage van bijvoorbeeld 1,5% of 1,4%.
  • Verschil in premie. De maximale premie voor het ouderdomspensioen mag bij een premieovereenkomst 30% bedragen. Er zijn genoeg werkgevers en werknemers die een lager percentage overeenkomen.

Voorbeeld (maximale pensioenopbouw)

Nicole is ambtenaar en ABP-deelnemer. De pensioengrondslag is te berekenen door het pensioengevend loon van € 60.000 te verminderen met een AOW-franchise van € 17.550 (franchise ABP voor 2024). De uitkomst is een pensioengrondslag van € 42.450. De pensioengrondslag maal het opbouwpercentage is de jaarlijkse pensioenopbouw. De berekening is als volgt: € 42.450 x 1,875% = € 796 aan jaarlijkse pensioenopbouw. Stel, Nicole bouwt gedurende 40 jaar pensioen op dan ontvangt zij bij gelijkblijvende omstandigheden een levenslang ouderdomspensioen van € 796 maal 40 jaar = € 31.840. Daar komt de AOW nog bij. Inflatie, loonsverhogingen, belasting enzovoort zijn buiten beschouwing gelaten.  

Ander pensioenfonds met een lager opbouwpercentage

Stel, Nicole gaat in een andere branche aan de slag. Deze branche kent een pensioenregeling met een opbouwpercentage van 1,4%. Dat is lager dan het ABP-opbouwpercentage van 1,875%. Dit scheelt 25% aan pensioenopbouw. Zoals eerder aangegeven voeren meerdere pensioenfondsen geen maximale pensioenopbouw uit.

Schematisch:

Verschil 1e berekening

Netto maandbedragen (afgerond). Bij een maximale pensioenopbouw zou het rood gearceerde bedrag ook geel zijn ingekleurd. Dit zou een positief effect hebben gehad op het werknemerspensioen (tweede pijler). Meer over de pijlers is te lezen in het kennisbankartikel ‘Pensioenvoordelen‘.

Ander pensioenfonds met een lager opbouwpercentage en een afgetopt pensioengevend loon

Hoe meer Nicole boven het maximum verdient, hoe groter het verschil

Stel, Nicole verdient € 80.000 per jaar. Dan is haar pensioenopbouw € 692 per dienstjaar bij het andere pensioenfonds omdat de pensioenregeling een maximaal pensioengevend loon van € 67.000 kent. Het ABP kent een hoger maximum van € 137.800 (2024) waardoor het verschil in pensioenopbouw groter wordt ten opzichte van het eerdere voorbeeld. Zet ik dat af tegen een maximale regeling dan zou haar pensioenopbouw € 1.171 zijn. Een verschil van afgerond 40%. De AOW die voor iedereen gelijk is dempt het verschil in enige mate. Schematisch:

Verschil 2e berekening

De bedragen in het schema zijn netto maandbedragen (afgerond).

Wat kan de werkgever doen?

Hij kan een excedent pensioenregeling afsluiten die de beperkingen van het pensioenfonds (deels) repareert. Soms kan dat bij het pensioenfonds zelf, of extern bij een verzekeraar of premiepensioeninstelling. Belangrijk om u daar goed over te laten voorlichten. Let daarbij op de onafhankelijkheid van de adviseur. Er zijn gradaties in onafhankelijkheid. Een adviseur van een pensioenfonds zal mogelijk sneller de excedentregeling van het eigen pensioenfonds aanprijzen en een pensioenadviseur die ook bemiddelt in verzekeringen een verzekeraar. Pensioenlogica bemiddelt niet en geeft volledig onafhankelijk pensioenadvies. Goed om te weten. Een hoger salaris waarna werknemers vrij zijn zelf wel of geen aanvullende regeling in privé te regelen is ook een mogelijkheid.

Anticipeer tijdig op het nieuwe pensioenstelsel!

Het is belangrijk om nu al rekening te houden met de nieuwe regels horende bij het pensioenakkoord. Dat voorkomt dubbel werk. De werkgever kan bijvoorbeeld aanvullend, na overleg met werknemers, vakbonden (eventueel ondernemingsraad), een flexibele premieovereenkomst met een vaste premie afsluiten. De verschillen tussen de toekomstige smaken zijn terug te lezen in het artikel ‘Het nieuwe pensioencontract‘.

Bestaande excedentregeling, wat te doen?

Sociale partners gaan over de basisregeling echter daardoor indirect ook over de excedent pensioenregeling. Immers hoe uitgebreider de basisregeling hoe minder de excedentregeling hoeft op te vangen. U kunt wachten op het onderhandelingsresultaat van de sociale partners. Beter is het om zelf al een aantal scenario’s onder voorbehoud uit te werken. Daarom is het zaak niet te wachten en tevens de werknemers vroegtijdig bij het proces te betrekken. Dat zorgt voor draagvlak en extra tijd die u hard nodig heeft om alle vragen te kunnen beantwoorden. Niet voor niets heb ik reeds in 2019 een extra informatieve website over het nieuwe pensioenstelsel gelanceerd om dubbele werkzaamheden te voorkomen en het wijzigingsproces te verbeteren (pensioentransitieplan.nl).

Voor vragen weet u mij als onafhankelijk pensioenadviseur te vinden via het contactformulier.

Bijgewerkt op 2 januari 2024.