Menu

Dispensatie en indexatie

De kantonrechter sprak zich op 24 april 2024 uit (ECLI:NL:RBMNE:2024:2472) over een werkgever die de lasten voortvloeiend uit de voorwaardelijke indexaties van een gedispenseerde pensioenregeling niet meer wil betalen. In dit artikel vindt u een korte samenvatting van de relevante argumenten over en weer. Uiteindelijk moet de werkgever ruim € 670.000 betalen.

Feiten

Een werkgever valt onder de werkingssfeer van het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid (hierna: BPF Bouw). Sinds 1982 is hij echter vrijgesteld (gedispenseerd) en heeft hij de pensioenregeling ondergebracht bij een andere pensioenuitvoerder. Er is sprake van een zogenoemde gedispenseerde pensioenregeling. In 2007 eindigt de dispensatie en gaan de werknemers deelnemen aan de pensioenregeling van BPF Bouw.

Indexatie achtergebleven pensioenen

Voor de reeds opgebouwde pensioenen geldt dat zij premievrij achterblijven (geen collectieve waardeoverdracht) en worden de pensioenen net zoals de in de toekomst op te bouwen pensioenen geïndexeerd. De werkgever heeft de indexering van de achtergebleven pensioenen van gepensioneerden en slapers (gewezen deelnemers) door middel van een uitvoeringsovereenkomst met de naam ‘Overeenkomst Coming Back Service Indexering’ (hierna: de CBSI-overeenkomst) ondergebracht bij BPF Bouw.

Er is sprake van een voorwaardelijk indexatie. In artikel 25 van het pensioenreglement staat onder andere:

Met inachtneming van de hierna volgende bepalingen worden met ingang van 1 januari 1995 ingegane pensioenen en premievrije aanspraken (…) jaarlijks geïndexeerd indien en voor zover de financiële middelen als bedoeld in lid 2 van dit artikel dat naar het oordeel van het bestuur toelaten. (…)

Indexatie gedurende de laatste jaren

Gedurende de jaren tot 2022 gaat het prima. De indexatie is gemiddeld 0% tot maximaal 2,52%. Vanaf 2022 nemen de indexaties toe, mede vanwege de versoepelde regelgeving vooruitlopend op het nieuwe pensioenstelsel. De pensioenen van de pensioengerechtigden en slapers zijn namelijk per 1 januari 2022 verhoogd met 1,76%, per 1 juli 2022 met 0,79% en per 1 januari 2023 met 14,52%.

Werkgever stopt met indexeren gedispenseerd pensioen

Dat is de werkgever te gortig. Hij zegt zijn eerdere CBSI-overeenkomst met het pensioenfonds op en wenst niet meer voor indexaties met betrekking tot de gedispenseerde pensioenregeling te betalen. De enorme stijging van de indexatielasten kan hij niet betalen. Hij onderbouwt dit echter volgens de kantonrechter onvoldoende.

Het wijzigingsbeding dan?

De werkgever beroept zich op het wijzigingsbeding opgenomen in het pensioenreglement echter de kantonrechter is van mening dat dit beding inmiddels na vijftien jaar is uitgewerkt, vanaf 2007 heeft de werkgever het beding niet gebruikt en de indexaties betaald.

Daarnaast getuigt het volledig afschaffen van de indexatie niet van goed werkgeverschap. Hij had ook, mits financieel deugdelijk onderbouwd, een gedeeltelijk afschaffing van de indexatie kunnen voorstellen. Dat is niet gebeurd. Goed werkgeverschap geldt ook voor werknemers die vroeger bij een werkgever hebben gewerkt. De pensioenovereenkomst eindigt niet bij einde dienstverband. Zie daarvoor ook het ECN-arrest van de Hoge Raad van 6 september 2013 (ECLI:NL:HR:2013:CA0566).

Wilt u meer informatie of een onafhankelijk pensioenadvies? Neem dan contact op.

Bijgewerkt op 6 mei 2024.