Menu

Besluit pensioenfonds niet instemmingsplichtig

Een besluit van een pensioenfonds om de uitvoeringsovereenkomst met de werkgever op te zeggen is niet instemmingsplichtig. De kantonrechter oordeelde op 26 oktober 2021 (ECLI:NL:RBNHO:2021:9536) dat de ondernemingsraad geen instemmingsrecht heeft met betrekking tot het besluit van een ondernemingspensioenfonds (OPF) om de uitvoeringsovereenkomst met de ondernemer op te zeggen.

Bevestigde de kantonrechter hiermee de regel of zou hij meer op de bedoeling van de wet moeten letten? Een teleologische interpretatie waarbij de kantonrechter op meer let dan alleen maar woorden zou het besluit van het pensioenfonds mogelijk wel instemmingsplichtig maken.  

Feiten

De pensioenregeling, een eindloonregeling, is ondergebracht bij het eigen ondernemingspensioenfonds. Het pensioenfonds zegt de uitvoeringsovereenkomst met de werkgever op. Per brief laat de werkgever het pensioenfonds weten dat hij de beweegredenen van het OPF begrijpt.

Ondernemingsraad

Door niet tegen de opzegging in te gaan is de werkgever (impliciet) akkoord gegaan met de opzegging van de uitvoeringsovereenkomst. Daarom had de werkgever de OR om instemming moeten vragen. Aldus de OR. De werkgever heeft de OR niet om instemming gevraagd. Vervolgens roept de OR de nietigheid van het besluit tot instemming met de opzegging in (artikel 27 lid 5 van de Wet op de Ondernemingsraden (WOR).

Verdediging werkgever

De werkgever reageert hierop door te stellen dat de OR ten onrechte de nietigheid heeft ingeroepen en dat de opzegging door het OPF rechtsgeldig heeft plaatsgevonden. In artikel 27 lid 1 onderdeel a WOR staat niet voor niets:

‘De ondernemer behoeft de instemming van de ondernemingsraad voor elk door hem voorgenomen besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking’ van een pensioenovereenkomst. Onder regelingen op grond van een pensioenovereenkomst worden mede verstaan regelingen opgenomen in een uitvoeringsovereenkomst die van invloed zijn op de pensioenovereenkomst.

De werkgever heeft het besluit niet genomen maar het pensioenfonds.

Beoordeling

Het pensioenfonds kan volgens de kantonrechter niet worden beschouwd als de ondernemer. En het besluit van het OPF om de uitvoeringsovereenkomst op te zeggen is niet een besluit van de werkgever of een aan hem toe te rekenen besluit. Het is een eenzijdige rechtshandeling waarvoor de instemming van de werkgever niet is vereist. Er is niet gebleken van een (indirecte) betrokkenheid van de werkgever bij de opzegging.   

Bedoeling van de wet (teleologische interpretatie)

De OR betoogt tevens dat het de bedoeling van de wet is geweest dat de opzegging door het pensioenfonds alleen mogelijk is na instemming van een ondernemingsraad. Volgens de kantonrechter gaat deze interpretatie te ver. Hij heeft daarvoor ook geen relevante aanknopingspunten in de wet kunnen vinden. Conclusie is dat de ondernemingsraad in deze geen instemmingsrecht heeft.

Er zijn genoeg momenten wanneer de OR wel instemmingsrecht heeft!

De ondernemingsraad heeft bijvoorbeeld wel instemmingsrecht als de pensioenregeling bij een andere pensioenuitvoerder wordt ondergebracht. Er wordt op dat moment zelden een identieke pensioenovereenkomst aangeboden wat inhoudt dat er een pensioenwijziging plaatsvindt. Ook de veelvoorkomende wijziging van middelloonregeling naar premieovereenkomst gaat de OR over. Dat is een pensioentransitie die in de komende jaren veel zal plaatsvinden.

Andere aan de OR gerelateerde artikelen:

Bijgewerkt op 25 januari 2022.