Menu

Arbeidsongeschikt en geen pensioen

In april 2019 besprak ik ook al een arrest waarbij alleen een deelnemer recht had op een premievrije voortzetting bij arbeidsongeschiktheid.  De werknemer raakte arbeidsongeschikt tijdens het tijdelijke dienstverband. Toch had hij na afloop van het contract en nog steeds arbeidsongeschikt geen recht op een premievrije voortzetting van het pensioen. Het hof volgde het pensioenreglement. Het reglement was duidelijk. De voorwaarde was dat alleen een deelnemer recht heeft op een voortgezette opbouw. De gewezen werknemer had er bij het aflopen van het tijdelijke contract al dan niet bewust voor gekozen zijn deelnemerschap niet te verlengen. Hij had die keuze wel. Een actieve handeling had hem kunnen helpen. Zie voor meer informatie het artikel ‘Pensioenoplossingen bij ontslag (vroeger)’.

Het Hof

Het op 23 september 2019 gepubliceerde arrest van het hof Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2017:538) handelt ook over een tijdelijk dienstverband. Een dienstverband van een jaar, dat nogmaals met een jaar werd verlengd. De werknemer en tevens deelnemer werd arbeidsongeschikt waarna zijn tijdelijke dienstverband eindigde. De arbeidsongeschiktheidsdekking(en) is volgens het pensioenreglement alleen van kracht voor deelnemers. Volgens dit pensioenreglement kan alleen een werknemer deelnemer zijn.

Stel de gewezen werknemer had het deelnemerschap in stand kunnen houden, door vrijwillig voort te zetten, had dat hier niets uitgemaakt. In tegenstelling tot de in de eerste alinea samengevatte zaak kon het deelnemerschap enkel in stand blijven zolang de deelnemer werknemer was. Dat is niet het geval. Hij was door het aflopen van het contract geen werknemer meer. De gewezen werknemer voldoet niet aan de deelnemersdefinitie maar aan de definitie van gewezen deelnemer. Dus arbeidsongeschikt en geen premievrije opbouw van het pensioen, geen arbeidsongeschiktheidspensioen en geen WAO-aanvulling.

Het pensioenreglement moet duidelijk zijn

Het pensioenreglement was in het besproken arrest duidelijk genoeg:

‘Indien het dienstverband tussen een deelnemer en de werkgever anders dan door overlijden of bereiken van de pensioendatum wordt beëindigd behoudt de deelnemer een premievrije aanspraak op ouderdomspensioen en of nabestaandenpensioen dat ingaat bij overlijden van de deelnemer op of na de pensioendatum. De overige pensioenaanspraken komen te vervallen‘.

Als de pensioenreglementen in de bovenstaande arresten niet duidelijk waren geweest hadden de pensioenuitvoerders in kwestie een probleem gehad. Eerder liet de Hoge Raad zich uit over de helderheid van een reglement. Op 26 november 2004 (ECLI:NL:HR:2004:AQ7379). Het betrof een soortgelijke casus. De arbeidsongeschiktheid was al ontstaan tijdens het deelnemer- en werknemerschap. Om voor een arbeidsongeschiktheidspensioen in aanmerking te komen moest de arbeidsongeschikte echter op de eerste uitkeringsdag van de toenmalige Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) deelnemer zijn. Zo beoordeelde de kantonrechter het pensioenreglement. Het hof was het daar niet mee eens. Een eenmaal verkregen recht op pensioen vervalt niet als de arbeidsovereenkomst tijdens de wachttijd wordt ontbonden. Het recht op een arbeidsongeschiktheidspensioen wordt hierdoor afhankelijk van de beëindigingsdatum van de arbeidsovereenkomst. De Hoge Raad vond deze uitleg (van het hof) niet onbegrijpelijk en vond tevens het begrip ‘deelnemer’ weinig helder omschreven in het reglement.

Convenant

Voordat het Convenant over dekking van arbeidsongeschiktheidspensioen en premievrijstelling in pensioenregelingen werd geïntroduceerd was de gewezen werknemer vaak niet goed beschermd bij arbeidsongeschiktheid. Dat is tegenwoordig anders. Een deelnemerschap tijdens het ontstaansmoment van de ziekte is meestal voldoende.

Het convenant is voor alle leden van het Verbond van Verzekeraars bindend. Een uitgebreidere dekking is toegestaan. Naast pensioenverzekeraars kunnen premiepensioeninstellingen ook lid van het Verbond van Verzekeraars zijn. Deze premiepensioeninstellingen mogen zelf geen risico’s lopen maar kunnen deze wel herverzekeren. De Pensioenfederatie heeft niet de bevoegdheid haar leden (de pensioenfondsen) te binden. De Pensioenfederatie heeft wel verklaard zich in te spannen om sociale partners te bewegen het convenant te implementeren in de individuele pensioenregelingen.

Kernpunten convenant

Kernpunten van het convenant zijn:

  • Arbeidsongeschiktheidspensioen. De oude pensioenuitvoerder blijft dekking bieden. ‘De pensioenregeling waarin de werknemer deelnemer was op de eerste ziektedag dekt het arbeidsongeschiktheidsrisico via een arbeidsongeschiktheidspensioen, inclusief latere toenamen, tot de volgens het pensioenreglement geldende eindleeftijd’. Het uitlooprisico ligt dus bij de oude pensioenuitvoerder.
  • Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. De oude pensioenuitvoerder zet de pensioenopbouw voor het arbeidsongeschikte deel voort. ‘De pensioenregeling waarin de werknemer deelnemer was op de eerste ziektedag dekt premievrijstelling tot de mate van arbeidsongeschiktheid zoals die gold bij einde dienstverband. Als bij einde dienstverband de wachttijd voor de WIA nog niet is verstreken, wordt de premievrijstelling gebaseerd op de mate van arbeidsongeschiktheid zoals die gold bij de eerste toekenning van de wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering’. De oude pensioenuitvoerder loopt hier een uitlooprisico. Een eventuele nieuwe uitvoerder verzekert uitsluitend het arbeidsgeschikte deel. Een nieuwe arbeidsongeschiktheid (na herstel) of een toename van de arbeidsongeschiktheid zal een eventuele nieuwe uitvoerder dragen.

Arbeidsongeschikt en geen pensioen, bij een tijdelijk dienstverband was dat in het verleden niet uitzonderlijk. De introductie van het convenant was een logische en effectieve stap. Zonder actieve handeling is de pensioenoplossing automatisch geregeld.